Sint-Jozefshandelsschool Blankenberge

Weststraat 86

8370 Blankenberge




ZAKENETHIEK



Notitities bij het vak godsdienst in 7 Internationaal Transport en GoederenVerkeer

Samengesteld door Bart Uytterhoeven

bart.uytterhoeven@planetinternet.be


Copyright (c) 2001 Bart Uytterhoeven Permission is granted to copy, distribute and/or modify this document

under the terms of the GNU Free Documentation License, Version 1.1 or any later version published by the Free Software Foundation;

with the Invariant Sections being Zakenethiek, with the Front-Cover Texts being Zakenethiek, Notitities bij het vak godsdienst in 7 Internationaal Transport en GoederenVerkeer, and with no Back-Cover Texts. A copy of the license is included in the section entitled "GNU

Free Documentation License".


Voorwoord


Een module over bedrijfsethiek (of zakenethiek).

De cursustekst van de leerlingen is in het zwart gezet. De opdrachten zijn ten behoeve van de geïnteresseerde leerkracht in het groen gezet. Deze opdrachten staan ook in de cursustekst.

Af en toe is er begeleidende commentaar bijgeplaatst in blauwe tekst.

Sommige onderdelen zijn weggelaten omdat de tekst te letterlijk de inspiratiebron volgde of nog niet voldoende uitgeschreven zijn. Waar mogelijk is de bron vermeld.


Over bedrijfsethiek

De kortste definitie die ik ken: bedrijfsethiek is bezig zijn met ethische dilemma's in bedrijfssituaties.

Als ethiek de reflectie is op normen en waarden waaraan wij onszelf en anderen in redelijkheid gehouden achten bij de poging om enige ordening te brengen in het maatschappelijk verkeer, dan richt bedrijfsethiek zich daarbij op die sectoren van het maatschappelijk verkeer waarin de vrije ondernemingsgewijze productie centraal staat. Zij geeft daarbij ook aandacht aan de relaties van bedrijven met non-profit-organisaties én aan bedrijfsmatige operaties binnen non-profit-organisaties.

(Henk van Luijk, Domeinen van bedrijfsethiek, in Geurts, De Leeuw, Geef bedrijfsethiek een plaats, Best, 1993.)


Over het belang van bedrijfsethische vorming


Ik denk dat bedrijfsethische vorming thuishoort in het vak godsdienst. De wereld waarin wij 7de jaars leerlingen op voorbereiden is deze van het werkveld. Die wereld wordt vanuit verschillende optieken benaderd in allerlei vakken (juridisch, economisch, wetenschappelijk, technisch, taalkundig-communicatief, ...). Zo is er ook de ethische optiek om het 'bedrijvig' zijn te benaderen. Wie ethiek zegt, zegt meteen ook levensbeschouwing (i.c. christelijke levensbeschouwing).
Studenten bepalen in toenemende mate hun plaats op bedrijfsethisch terrein. Alleen geschoolde mensen kunnen op verantwoorde wijze bedrijfsethisch aan de slag. Zoals reeds gezegd: 7TSO-leerlingen worden zeer specifiek voor een welbepaald beroep opgeleid en gevormd. Alle vakken zijn daarom inhoudelijk zeer praktijkgericht. Voor het vak godsdienst is bedrijfsethiek de praktijkgerichte invalshoek. Ik denk dat wij leerlingen kunnen voorbereiden en leren mondig worden in het voeren van het ethisch discours. Mag ik dit illustreren met een voorbeeld? Is het evident dat een leerkracht boekhouden aan leerlingen uitlegt hoe zij belastingen kunnen ontduiken? Natuurlijk komen ontduikingstechnieken ter sprake in de les, maar die technieken aanleren gaat ethisch gezien te ver. Wij kunnen leerlingen helpen mondig worden om ethisch verantwoorde standpunten in te nemen en te onderbouwen. In ons onderwijssysteem blijft veel nog in vakjes opgedeeld zodat ethische vragen zelden gesteld worden in bvb. economisch-technische vakken, of wetenschappelijke vakken. Heel wat leerkrachten voelen zich ongemakkelijk om die ethische vragen aan bod te laten komen en uit te diepen. Al te vaak en te gemakkelijk worden ethische kanttekeningen in praktijkgerichte vakken verwezen naar de marginaliteit of de les godsdienst (sic!), weg van het (volgens hen) échte leven dat in die praktijkgerichte vakken aan bod komt. In de praktijk van de stage en later van het werk worden leerlingen echter wel aangesproken op hun ethische bekwaamheid. Zij zullen misschien zetelen in een of ander bedrijfsorgaan (ondernemingsraad e.d.) waar van hen goed gefundeerde standpunten verwacht worden inzake beleidsbeslissingen.
Is het niet juist omdat wij levensbeschouwelijke vragen aan de orde laten komen die o.a. vanuit bijbels perspectief worden beantwoord en omdat wij precies dit onderdeel voor de vorming van leerlingen zeer belangrijk vinden, dat wij bedrijfsethische vraagstukken moeten behandelen en bespreken? Dit zal ook vakoverschrijdend overleg vragen van de leerkrachten.







inhoud

inhoud 3

Hoofdstuk 1 Waarmee houdt bedrijfsethiek zich bezig? 5

1.1 Een geval 5

1.2 Belang van bedrijfsethiek 6

Een krantenbericht 6

1. Vanuit de ethische optiek 7

2. Vanuit de economische optiek 8

1.3 De sociale verantwoordelijkheid van een onderneming 9

1 Neo-liberalisme 10

2 Het stakeholder-model 10

1.4 Drie modellen 11

1 Plichtenethiek 11

2 De nutsethiek 12

3 De rechtvaardigheidsethiek 14

Hoofdstuk 2 Bedrijfscodes 17

2.1 Voorbeelden 17

2.2 Doorlichting van bedrijfscodes 18

1 Bedoeling 18

2 Inhoud 18

3 Betekenis 19

2.3 Beroepscodes 19

Hoofdstuk 3 Wat mag je ethisch verlangen van een bedrijf? 21

3.1 Drie standpunten 21

1 De minimale visie 22

2 Een tussenvisie 22

3 De maximale visie 23

3.2 Opinies 24

1 R. Petrella in Gij zult concurreren , Panorama 14 januari 1993 BRTN 24

2 Max Havelaar 25

3 Hefboom. Bert Van Thienen: Je moet lef hebben om te zeggen: ik start met een zaak. 28

4 De Krikker 31

3.3 Uit de krant ... 33

Hoofdstuk 4 Bedrijfscultuur 41

4.1 Inleiding 41

4.2 Bedrijfscultuur 42

1 Symbolen 42

2 Rituelen 42

3 Helden 43

Hoofdstuk 5 Bedrijfsethische analyse 46

5.1 Het model in schema 46

5.2 Toepassing op een casus 46

5.3 Casussen 51

hoofdstuk 6 ethiek van de reclame 53

Bijlagen 53

HET BEDRIJF DOET GOEDE ZAKEN 53

Bedrijfscodes 59

Benetton wist niet van kinderarbeid 61


Geraadpleegde werken

Verstraeten, Van Gerwen, Business & ethiek, Tielt, 1990
de Leeuw, Kannekens, Bedrijfsethiek voor HBO,Best, 1990





Hoofdstuk 1 Waarmee houdt bedrijfsethiek zich bezig?


1.1 Een geval


Omwille van zijn gewaardeerde inzet voor Krimsons Corporation ...

hier volgt een fictieve situatie, beschreven in Verstraeten, Van Gerwen, Business & ethiek, Tielt, 1990, p.15


Dit voorbeeld toont aan hoe mensen in de concrete dagelijkse ondernemingspraktijk geconfronteerd worden met verschillende morele problemen.

— Had Jones zich niet loyaal moeten neerleggen bij de wensen van zijn meerdere en doen wat hem opgedragen werd?
— Hoe komt het dat men het in sommige ondernemingen minder nauw neemt met de veiligheidsvoorschriften dan in andere ondernemingen? Wat is een aanvaardbaar risico?
— Kan een moreel bewust personeelslid wel moreel handelen als de besluitvormings­structuur van de onderneming dit verhindert?
— Wie wordt verantwoordelijk gesteld als het toch tot een ernstig ongeval zou komen? Is de onderneming alszodanig aansprakelijk of zal het bedrijf Jones hiervoor laten opdraaien?
— Is er in de organisatiestructuur van de onderneming wel voldoende plaats voor overleg inzake morele problemen?


In bedrijfsethiek gaat het over 'normale' praktijken die door iedereen of door bepaalde groepen als toelaatbaar beschouwd worden, maar die toch ernstig in vraag kunnen gesteld worden. Wat bijvoorbeeld met steekpenningen of geschenken om de verkoop van een product te bevorderen?
Is een personeelsselectie op basis van genetische gegevens aanvaardbaar?
Is het openlijk aanklagen van gevaarlijke productiemethoden aanvaardbaar of is het een gebrek aan loyauteit tegenover de werkgever?
Sommigen vinden het toegelaten dat cadmium wordt gebruikt om plastic producten er mooier te laten uitzien, terwijl anderen hierin een bedreiging zien van het milieu.
De bedoeling van bedrijfsethiek is uiteindelijk bij te dragen tot een menselijker bedrijfsklimaat.
Bedrijfsethiek bevindt zich op het snijpunt van persoonlijke en institutionele verantwoordelijkheid. Het is voor een onderneming belangrijk over personeel te beschikken dat moreel integer is, waarop men kan vertrouwen, personeel dat zijn werk ernstig neemt.
Maar er zijn ook institutionele voorwaarden nodig. Voorwaarden die eigen zijn aan de onderneming zelf. Daar waar bvb. geen plaats is voor overleg inzake morele problemen, wordt het voor een moreel integer personeelslid wel bijzonder moeilijk.


1.2 Belang van bedrijfsethiek


Een krantenbericht

san francisco, 4 mei - 's Werelds bekendste jeansfabrikant, Levi Strauss, zal niet langer directe investeringen doen in China. Ook zal het bedrijf minder gebruik maken van Chinese bedrijfjes die spijkerbroeken naaien en stone-washen. Levi Strauss besloot tot de maatregel omdat China de mensenrechten schendt. B. Dunn, vice-president van Levi Strauss, wilde desgevraagd niet zeggen om wat voor schendingen van de mensenrechten het gaat. Hij zei dat een werkgroep van Levi's naar alle veertig landen heeft gekeken waar het bedrijf actief is. Verder heeft de werkgroep landen onderzocht waar in de toekomst directe investeringen worden gedaan. Bij het onderzoek is uitgegaan van de Universele Verklaring voor de Rechten van de Mens van de Verenigde Naties, aldus Dunn. De onderzoekers hebben bekeken in hoeverre de bedrijven zich houden aan de bedrijfscode die Levi's vorig jaar heeft opgesteld. Een van de richtlijnen uit deze bedrijfscode luidt dat Levi Strauss geen werk aanbesteedt in landen waar sprake is van 'diepgaande schendingen van fundamentele mensenrechten.' Levi's heeft op dit moment geen directe investeringen uitstaan in China. De firma gebruikt dertig bedrijven voor het naaien en wassen van broeken, t-shirts en overhemden die naar de Verenigde Staten en andere landen worden geëxporteerd. De activiteiten in China maken voor twee procent deel uit van de totale omzet van Levi Strauss.

Levi's is een van de bedrijven die ethisch verantwoord probeert te handelen en toch goed geld verdient. Uit een recent onderzoek blijkt dat het rendement van vijftien grote Amerikaanse bedrijven-met-een-bedrijfscode in dertig jaar gemiddeld 12,5 procent was geweest, tegenover gemiddeld 5 procent voor alle grote Amerikaanse bedrijven samen.

(Reuter)

Vijf jaar later meldt reuters dat Chinezen weer Levi's kunnen aantrekken. Krantenbericht De Standaard, 9 april 1998. Een vergelijking tussen beide krantenberichten kan leerlingen vlug op het spoor zetten van het onderscheid tussen een economische en ethische optiek en de soms vage grens ertussen.


  1. Geef een samenvatting van dit krantenbericht

  2. Waaruit blijkt dat zaken doen en ethiek soms goed hand in hand kunnen gaan?

  3. Wat vind je van de standpunten van Levi's?

  4. Ken je nog voorbeelden van bedrijven die ethiek en zaken doen willen combineren?


1. Vanuit de ethische optiek


Vanuit ethisch oogpunt kunnen wij er niet omheen na te denken over de ethische keuzes die wij maken tijdens ons handelen binnen en door het bedrijf. Ethiek houdt ons immers voor menswaardig te handelen. Hebben wij geen boodschap aan de ethische aspecten van ons werk, dan lopen wij het risico mensonwaardig te handelen.

- we lopen dan het risico blind te zijn voor de milieu-effecten van onze manier van produceren;

- we hebben geen oog voor de mogelijke gevaren bij het gebruik van de producten die wij op de markt brengen;

- we hebben geen boodschap aan gehandicapten die ook graag werk hebben;

- we betalen onze werknemers in de derde wereld een hongerloon.


Sommigen beweren dat het reeds voldoende is zich te houden aan de wet. Veel juridische beginselen en wetten hebben inderdaad een ethische achtergrond. De ondernemer die zich aan de wet houdt, zit dus in grote lijnen op het goede spoor.
Er is echter meer. Veel zaken in het maatschappelijk verkeer zijn niet wettelijk geregeld. Op dat moment moet de ondernemer terugvallen op zijn eigen geweten. Als in een derde wereldland geen wettelijk minimumloon is vastgelegd, zal hij zelf moeten uitmaken hoeveel loon hij zijn werknemers zal uitbetalen. Daarnaast zal hij dit natuurlijk ook economisch dienen te verantwoorden.
Daarenboven: iets is niet zonder meer ethisch toelaatbaar als het juridisch is toegestaan.

- een hongerloon uitbetalen in een derde wereldland is misschien juridisch wel toegestaan, maar men moet hier toch ethische vraagtekens bij zetten;

- het is voor de wet niet verboden een kritisch werknemer te passeren voor promoties (vanwege zijn kritische houding), maar ook hier zijn ethische vraagtekens te plaatsen.


2. Vanuit de economische optiek


Bedrijfsethiek kan ook economisch aantrekkelijk zijn. Het bedrijf dat ethisch verantwoord handelt, verbetert het corporate image. Dit is het beeld van het bedrijf zoals het leeft bij verschillende belanghebbenden; eigen werknemers, klanten, sollicitanten, leveranciers, enz. Dat imago geeft dus aan hoe deze groepen een aantal belangrijke aspecten van het bedrijf waarderen:

- de concurrentiekracht van het product
- de klantenservice
- de winstgevendheid
- de arbeidsverhoudingen
- het personeelsbeleid van de onderneming
- de betrouwbaarheid/eerlijkheid van de onderneming
- het sociale gedrag van de onderneming
- …


Een positief corporate image zal een gunstige invloed hebben op het functioneren van de eigen medewerkers. Ze zullen meer tevreden zijn over hun baan. Hierdoor zullen ze zich makkelijker vinden in de bedrijfsdoelen. Gemotiveerde werknemers zijn in principe ook productiever.
Maar ook voor de relaties met de buitenwereld is het corporate image van groot belang. Zo krijgen bedrijven bij de afzet van hun producten steeds meer te maken met het imago bij de consument. En daarbij stellen die consumenten steeds meer aanvullende eisen aan het product en aan het bedrijf. Vanzelfsprekend moeten de prijs en de kwaliteit van het product goed zijn. Maar daarnaast vraagt men zich tegenwoordig ook af:
- is het product op milieuvriendelijke wijze vervaardigd?
- doet het bedrijf zaken met landen die het niet zo nauw nemen met de mensenrechten?
- hoe zijn de arbeidsverhoudingen binnen het bedrijf?
- …

Het creëren van een positief corporate image kan dus grote economische voordelen opleveren voor een bedrijf. Het is dan wel zaak om de verwachtingen die gewekt zijn ook in de praktijk waar te maken. Gebeurt dit niet dan kan het economisch voordeel alsnog omslaan in een nadeel.


Neem in de komende week een aantal tijdschriften en kranten door. Knip alle advertenties uit waarin ethische aspecten worden gebruikt om het corporate image van het bedrijf te versterken.


1.3 De sociale verantwoordelijkheid van een onderneming


1 Neo-liberalisme

Volgens deze strekking heeft de onderneming slechts één sociale verantwoordelijkheid: de winst van de onderneming doen toenemen volgens de regels van het spel (de vrije markt) zonder fraude of bedrog.

Het is natuurlijk juist dat het marktsysteem eigen spelregels heeft. Een bedrijf is daarenboven geen liefdadigheidsinstelling. Maar een onderneming is meer dan een economisch gegeven. Bedrijfsactiviteiten zijn ook politiek en sociaal van aard. Die activiteiten hebben niet alleen economische gevolgen, maar hebben ook een invloed op de kwaliteit van leven van klanten, omwonenden en milieu.


2 Het stakeholder-model

Hier wordt gekeken naar de belanghebbende partijen die bij de activiteiten betrokken zijn.


Stel een lijst op van alle belanghebbenden (directe en indirecte) in jouw stage-onderneming.
Omschrijf welk belang zij hebben bij de onderneming.


1.4 Drie modellen


1 Plichtenethiek


In een plichtenethiek vind je principes die zonder onderscheid gelden voor iedere betrokken partij. Men vraagt zich dus af: leidt het gedrag of de praktijk tot een algemeen wenselijke en faire situatie, indien het door iedereen in een gelijkaardige situatie zou worden toegepast?

Een contract verbreken is in deze opvatting verkeerd omdat eerlijkheid een universele plicht is voor alle partijen die onvoorwaardelijk geldt.
Typische eigenschappen van de deontologische redenering zijn:
— Universaliteit: het geldt voor iedereen.
— Wederkerigheid: doe aan anderen (niet) wat je (niet) wil dat ze aan jou doen.

Uit de IBM-code:

Iedereen met wie u zaken doet, heeft recht op een faire en onpartijdige behandeling. Dit geldt in alle gevallen, of u nu als inkoper, verkoper, of anderszins werkzaam bent bij IBM.
Geef andere ondernemingen geen voorkeursbehandeling in de vorm van niet-toegestane dienstverlening of contractvoorwaarden.
Of u nu wel of niet direct invloed hebt op de besluitvorming betreffende zakelijke transacties, u dient de schijn te vermijden dat een klant of een leverancier 'een vriend bij IBM' heeft die ten bate van die klant of leverancier speciale invloed kan uitoefenen.

… IBM maakt in het algemeen aan klanten of potentiële klanten geen gegevens bekend over producten of diensten die niet reeds op algemene schaal aangekondigd zijn.



2 De nutsethiek


In dit model wordt een groot belang gehecht aan het afwegen van de concrete gevolgen van een handeling. De morele kwaliteit van een handeling wordt bepaald door het globale resultaat ervan. De nutsethiek veronderstelt dus dat telkens wanneer men voor een beslissing staat, het nut berekend wordt van elk alternatief. Uit de concreet beschikbare alternatieven moet men datgene kiezen dat over het geheel bekeken voor de betrokken partijen het grootste nut oplevert (the greatest happiness for the greatest number).

Let wel: — het goedkoopste alternatief is niet altijd het ethisch beste. Het gaat immers niet alleen om de financiële gevolgen, maar ook de sociale, ecologische en culturele effecten van een handeling moeten verrekend worden.
— Bovendien moet men erop letten niet alleen het eigen nut te verrekenen, maar de nutseffecten voor alle partijen die door de handeling getroffen worden.


Een voorbeeld: een duwvaartkanaal rond de Antwerpse agglomeratie

Verstraeten, Van Gerwen, Business & ethiek, Tielt, 1990,p.44


Dit lijkt wel het aangewezen model om het economisch handelen ook ethisch te toetsen. Toch bevat dit model een paar moeilijkheden.
Een eerste praktische moeilijkheid is dat in het zakenleven zelden alle gevolgen voor alle betrokken partijen bekend zijn. Men probeert dit op te lossen door een vorm van kansberekening.
Een tweede moeilijkheid is lastiger op te lossen. Het is niet altijd even gemakkelijk om de gevolgen uit te drukken in een soort kosten/batenanalyse. Men kan niet altijd een prijs plaatsen op het nut van goederen en diensten, die op zichzelf moeilijk naar waarde te schatten zijn. Wat is bvb. de recreatiewaarde van een bos? Wat is de prijs van een mensenleven? Is het de totale loonsom die iemand tijdens zijn loopbaan verdient? Het gemiddelde van een levensverzekeringspremie voor een bepaalde categorie personen? Niets? Een oneindige waarde?


Rechtszaak in Indiana 1978 Ford Pinto
Verstraeten, Van Gerwen, Business & ethiek, Tielt, 1990,p.45

Het is wel duidelijk dat er grenzen zijn aan het nutsberekenen, maar het is lang niet zo duidelijk waar die grenzen precies liggen. Het is wel zo dat niet alle risico's te vermijden zijn. Maar mocht dit soort risico dat met de bestaande technologie kon verholpen worden, afgewogen worden tegen de kostprijs van mensenlevens? En dan nog buiten het medeweten van deze laatsten?


3 De rechtvaardigheidsethiek


Dit model gaat niet uit van individuele gedragingen, maar volgt een omgekeerde richting. Het vertrekt van een visie op de gemeenschap. Rechtvaardig is datgene wat aan elk lid van de gemeenschap het gepaste deel toebedeelt, in lasten en baten, in werk en loon. Rechtvaardigheid is m.a.w. ieder binnen de gemeenschap het zijne geven.
Het rechtvaardigheidsdenken is lang niet nieuw, maar gaat terug op de oudste tradities van het westers economisch denken: de Griekse Aristoteles (4EvC) enerzijds en het bijbels model van de economie van het Verbond anderzijds. Deze tradities worden in de 13e eeuw tot synthese gebracht door Thomas van Aquino. Het is ook het rechtvaardigheidsdenken dat sinds 1891 in de encycliek Rerum Novarum de officiële sociale leer van de Kerk uitmaakt. In de moderne tijd was dit denken niet bijzonder populair (zie 'Daens').

Het rechtvaardigheidsmodel gaat uit van de veronderstelling dat economisch handelen tot stand komt door het dienen en nastreven van een steeds groter algemeen welzijn.
Dat algemeen welzijn is het geheel van sociale voorwaarden waardoor groepen en enkelingen in staat gesteld worden zichzelf beter te vervolmaken.
Dit omvat ondermeer: rechtszekerheid, onderwijs, aangepast transportnet, sociale zekerheid, gezondheidszorg,…. Op basis van dit sociale netwerk kunnen personen en groepen hun economische bedrijvigheid ontplooien.


Het algemeen welzijn wordt nagestreefd op drie niveaus.
1 Respect voor de waardigheid van alle mensen en van heel de mens. Economie mag niet zo georganiseerd zijn dat de fundamentele waardigheid van de menselijke persoon ontkend wordt.
voorbeelden

2
Welzijn van de gemeenschap.
Mensen komen pas tot hun recht wanneer zij een persoonlijke bijdrage kunnen leveren tot het welzijn van de anderen, van de mensheid, van de aarde als geheel. Hoe klein die bijdrage ook lijkt, het is een bijdrage tot het geheel.

3 Universele bestemming van de goederen van deze aarde.
Beschikbare grondstoffen en talenten moeten aangewend worden voor het welzijn van iedereen. Het is onrechtvaardig wanneer een natie zich een ongeoorloofd groot aandeel verschaft van het bezit van grondstoffen, energievoorraden, goederen, diensten,….


Rechtvaardigheid speelt zich af in drie soorten relaties.
1 Wat mensen elkaar verschuldigd zijn.
2 Bijdrage van de leden aan de gemeenschap.
3 Wat de gemeenschap verschuldigd is aan de leden.







Hoofdstuk 2 Bedrijfscodes


In bedrijfscodes schrijven ondernemingen hun visie uit op wat voor onderneming zij willen zijn. Het zijn interne reguleringen die niet altijd helemaal uitgewerkt zijn en soms voorkomen in de vorm van algemene beginselverklaringen, credo's of bedrijfsfilosofieën.


2.1 Voorbeelden

Borg-Warner

Elke onderneming is een onderdeel van een sociaal systeem. Haar vrijheid om economische doelen na te streven is ingeperkt door de wet en gekanaliseerd door de krachten van de vrije markt. De eisen zijn echter minimaal. Ze vragen slechts dat een onderneming goederen en diensten voortbrengt, op een billijke wijze met anderen in competitie treedt en geen schade veroorzaakt. Voor sommige ondernemingen is dat genoeg. Het is niet genoeg voor Borg-Warner. Wij leggen onszelf de verplichting op dit minimum te overschrijden. Wij doen dit omdat wij ervan overtuigd zijn dat wij, door een grotere bijdrage te leveren tot de samenleving die ons ondersteunt, niet alleen haar toekomstige vitaliteit verzekeren, maar ook de onze.

Dit is wat wij geloven.

Wij geloven in de waardigheid van het individu. Hoe groot en complex een onderneming ook moge zijn, haar werk wordt altijd verricht door mensen die omgaan met mensen. Elke betrokken persoon is een uniek menselijk wezen, met zelfrespect, behoeften en een aangeboren persoonlijke waardigheid. Wil Borg-Warner succes hebben, dan moeten we handelen in een klimaat van openheid en vertrouwen, waarin ieder van ons de ander tegemoet treedt met hetzelfde respect, dezelfde samenwerkingszin en voorkomendheid, als we voor onszelf nastreven.

Wij geloven in onze verantwoordelijkheid voor het algemeen welzijn. Omdat Borg-Warner tegelijkertijd een economische en een sociale kracht is, zijn onze verantwoordelijkheden ten overstaan van het publiek groot. De prikkel van de competitie en de sancties van de wet zijn voor ons een krachtige leidraad, maar zijn niet de hoogste vorm van inspiratie. Daarom moeten we met krachtige stem getuigen van onze natuurlijk bekommernis voor anderen. Het is onze uitdaging goederen en diensten te produceren die een hogere waarde bezitten voor de gebruikers ervan; om arbeidsplaatsen te creëren die zinvol zijn voor degenen die er tewerkgesteld zijn, om het menselijk leven te eren en te verheffen; en om onze talenten en onze rijkdom aan te bieden om de wereld waarin wij leven te helpen verbeteren.

Wij geloven in een eindeloos streven naar uitmuntendheid (…).

Wij geloven in voortdurende vernieuwing (…).

Wij geloven in een gemeenschappelijk welzijn van Borg-Warner en zijn mensen. Borg-Warner is zowel een federatie van bedrijven alsook een gemeenschap van mensen (…). Ware eenheid is meer dan een vermenging van eigenbelang. Zij ontstaat wanneer waarden en idealen worden gedeeld (…).


Bayer

Integrale milieubescherming en grootst mogelijke veiligheid, hoge productiekwaliteit en optimale economische resultaten zijn doelstellingen van gelijke rang.

Wanneer de zorg voor gezondheid en milieu dit vereist, wordt - ongeacht economische belangen - de verkoop van producten beperkt of stopgezet.

Bayer-research voor milieubescherming dient niet slechts de onderneming of de chemische industrie, maar helpt ook problemen van algemeen belang op te lossen.


Het Verbond van Kristelijke Werkgevers heeft een tiental jaren geleden een map gepubliceerd waarin de bedrijfscodes staan van verschillende kleine en grote bedrijven die in ons land vestigingen hebben of hun hoofdzetel. Van de Bekaertgroep wordt de bedrijfscode in bijlage afgedrukt.

2.2 Doorlichting van bedrijfscodes


1 Bedoeling

Ondernemingen streven verschillende doelen na als zij een bedrijfscode uitschrijven.

— Het vastleggen van een ethisch minimum.

— Naar het personeel toe verduidelijken wat de verwachtingen zijn van de onderneming in verschillende situaties. De helderheid die daardoor verschaft wordt, is voor de werknemers aangenaam omdat bepaalde stress voorkomen kan worden. Men heeft zekerheid en duidelijkheid over hoe men zich in bepaalde situaties behoort te gedragen.

— Naar de klanten en de publieke opinie toe het vertrouwen in de onderneming versterken. (Corporate image versterken)

— Het inspelen op of voorkomen van verdere regulering door de overheid.


2 Inhoud

Naast het uitspreken van algemene doelstellingen komen vooral drie problemen aan bod.

a) Omkoperij, lokmiddelen, commissielonen.

b) Geprivilegieerde informatie

c) Belangenconflicten


3 Betekenis

Codes zijn belangrijk en topmanagers hechten er vaak veel belang aan. Maar ze zijn niet altijd even effectief. Ze vragen om institutionele ondersteuning.


Voorbeelden

* Hewlett-Packard: engagement van het ondernemingshoofd.

* vormingsprogramma's voor managers en personeel.

* disciplinaire maatregelen bij niet naleven van de gedragscode.

* positief sanctioneren van diegenen die de codes naleven.


Wanneer men niet alleen een code heeft, maar er tevens voor zorgt dat de waarden en de codes van een onderneming in de praktijk gerespecteerd worden, kunnen bedrijfscodes een belangrijk element worden in de opbouw van een onderneming.


Kies uit de voorbeelden één bedrijfscode en ontleed:
- welke waarden worden belangrijk geacht?
- wat probeert men met de bedrijfscode te bereiken?
- voor wie is de code bedoeld?
- vind je zulke code van belang voor de onderneming?
- komen er concrete handelingen of eisen aan bod?




2.3 Beroepscodes


Soms gaan beroepsgroepen zo ver dat ze (een gedeelte van) hun waarden- en normenstelsel schriftelijk vastleggen. We spreken dan van een beroepscode. Een beroepscode is een samenhangend geheel van principes en regels met betrekking tot de uitoefening van het beroep. Een bekend voorbeeld van een beroepscode is de eed van Hippocrates die artsen afleggen wanneer ze hun beroep gaan uitoefenen:

"Ik zal mijn vermogens gebruiken om zieken naar beste weten en oordeel te helpen; ik zal me ook onthouden van het schaden en tekort doen van wie ook. Wat ik zie en hoor, hetzij beroepshalve of persoonlijk, en wat niet verder mag worden verteld, zal ik geheim houden en aan niemand meedelen."


Ook in het bedrijfsleven gelden een aantal beroepscodes:
- gedragscode van journalisten;
- deontologische code van C.I.B.








Hoofdstuk 3 Wat mag je ethisch verlangen van een bedrijf?


Nu volgen acht stellingen. Geef per stelling aan of je het eens of oneens bent en motiveer.


1 Een onderneming behoort de verplichtingen die zij is aangegaan na te komen. Bijvoorbeeld het nakomen van afspraken over garantie.

2 Een onderneming dient eerlijk te zijn in de informatie die zij aan de consument verschaft.

3 Een onderneming dient de wettelijke regels na te leven.

4 Een onderneming behoort een redelijk aantal gehandicapten in dienst te nemen (meer dan wettelijk verplicht is).

5 Een onderneming behoort een bijdrage te leveren aan de emancipatie van de vrouw in de onderneming en in de samenleving.

6 Een onderneming behoort niet te investeren in landen die de mensenrechten op grove wijze schenden. Zodoende levert zij een bijdrage aan het verdwijnen van regimes die de mensenrechten schenden.

7 Een onderneming behoort haar middelen en know how aan te wenden om het derde wereld vraagstuk mee op te lossen.

8 Belangrijkste doelstelling van de onderneming hoort te zijn de zorg voor de werkgelegenheid.


3.1 Drie standpunten


Over de vraag hoe een bedrijf behoort te handelen op ethisch gebied wordt verschillend gedacht. Uit de bespreking van de opdracht blijkt dit reeds, en dat is ook zo in de samenleving. In feite kan er gesproken worden over drie standpunten. We noemen deze als volgt:



1 De minimale visie

Binnen deze visie wordt er de nadruk op gelegd dat de onderneming vooral economisch dient te handelen. De hoofddoelstelling van het bedrijf is de vergroting van de winst en zorgen voor continuïteit. De concurrentie waar de ondernemer mee te maken krijgt, dwingt hem zich voornamelijk te laten leiden door financieel-economische overwegingen. Zou het bedrijf dit niet doen, dan zou het een aantal van zijn belanghebbenden zwaar benadelen:
- de aandeelhouders zouden minder dividend krijgen;
- de consumenten zouden hogere prijzen dienen te betalen voor de producten en diensten van de onderneming;
- de werknemers van het bedrijf zouden minder loon ontvangen en grotere risico's lopen hun werk te verliezen vanwege faillissement.


Vandaar dat deze visie zegt: het bedrijf dient haar eigen belang voorop te stellen. Er zijn twee grenzen aan het ondernemershandelen: wet en fatsoen. Ondernemers horen zich aan de wettelijke regels te houden zoals die zijn vastgesteld door de overheid. Daarnaast dienen zij de elementaire fatsoensregels niet te overtreden. Dat betekent bijvoorbeeld dat verplichtingen (ook mondeling overeengekomen verplichtingen!) die aangegaan zijn, nageleefd moeten worden.


2 Een tussenvisie

Binnen deze visie wordt er op ethisch gebied méér gevraagd van de onderneming dan bij de minimale visie. Vanzelfsprekend dient het bedrijf zich aan de wet te houden. En daarnaast ook de elementaire fatsoensregels in acht te nemen. Maar soms dient het bedrijf haar eigen belangen ondergeschikt te maken aan de belangen van anderen. Het gaat dan meestal om de belangen van zwakkeren in de samenleving. Deze mensen of groepen hebben bepaalde rechten zoals het recht op een menswaardig leven, het recht op arbeid, het recht op gelijkheid, ….
De tussenvisie benadrukt dat de onderneming mee moet helpen de rechten van mensen te beschermen, en daarnaast een bijdrage te leveren aan de samenleving.


3 De maximale visie

Binnen deze visie worden aan het bedrijf de hoogste eisen gesteld. Natuurlijk moet het bedrijf de wet naleven en fatsoenlijk handelen. Daarnaast dienen de rechten van de zwakkeren gerespecteerd te worden. Maar deze visie verlangt nog meer van het bedrijf. Een onderneming moet namelijk aktief en doelbewust meewerken aan een ideale samenleving.
Uitgangspunt van de maximale visie is dat iedereen - ook een bedrijf - de taak heeft een ideale wereld dichterbij te brengen. In het geval van de milieuproblematiek betekent dit dat het bedrijf niet alleen rekening dient te houden met ieders recht op een gezond milieu. Nee, het bedrijf hoort nog verder te gaan: het hoort zo te gaan produceren dat we weer een volledig schone en gezonde leefomgeving krijgen.


1 Maak een schema van de drie besproken visies.
2 Geef bij elke visie nog een eigen voorbeeld.
3 Keer terug naar het begin van het hoofdstuk. Geef aan welke van de in de tekst genoemde drie visies past bij de respectievelijke stellingen.
4 Geef aan in welke mate de drie visies aangehangen worden in het bedrijfsleven zelf, en in de rest van de samenleving. Motiveer.
5 Welke van de drie visies spreekt jou het meeste aan? Motiveer.


3.2 Opinies

In dit onderdeel komen een aantal voorbeelden ter sprake waaruit mag blijken dat de maximale visie van hierboven ook door deskundigen wordt uitgedragen enerzijds, en anderzijds dat in de praktijk een aantal werkzame voorbeelden gerealiseerd zijn van die maximale visie, die daarenboven financieel en commercieel gezond zijn.


1 R. Petrella in Gij zult concurreren , Panorama 14 januari 1993 BRTN

1 Concurrentie overheerst alles

In onze economie gaat het niet meer om de productie van goede, nuttige en mooie dingen. Alles wordt gedomineerd door de concurrentieiedeologie die als uitgangspunt neemt dat het individu alleen maar aan zichzelf moet denken. Alleen de winnaars mogen beslissen over de toekomst en hebben deel aan de rijkdom van de wereld. We moeten dus allemaal winnaars zijn. Wil je echt meetellen en van belang zijn voor de samenleving moet je goed geschoold zijn.
Het gevolg hiervan is dat heel wat mensen worden uitgesloten en hulpbehoevend zijn. Zij krijgen nog wel een uitkering en worden opgevangen door een sociaal zekerheidsstelsel, maar zij tellen niet echt meer mee.
Concurrentieideologie sluit alles uit dat niet concurrentieel is (mensen, dorpen, steden). Zo telt Afrika niet meer mee, want het is geen groeiende markt. Azië echter wel, want kent een economische expansie.
Als je in de miserie zit, is dat volgens de C.I. je eigen schuld: je bent niet genoeg geschoold, of niet ondernemend, agressief, concurrentieel genoeg.


2 Concurrentie commercialiseert alles wat de mens doet

Iedereen wil behandeld worden als mens welke de situatie of relatie ook is waarin men zich bevindt. In een ziekenhuis wil je ook met warmte, liefde, menselijke genegenheid behandeld worden, en niet alleen als nummer of 'geval van kamer x', of als interessant object voor de scanner. Dat is belangrijk, maar niet rendabel, en dus moet het maar door vrijwilligers gebeuren.


3 Concurrentie ondermijnt de rol van de staat

Ook de staten worden concurrentieel. De rol van de staat is niet meer het algemeen welzijn en de ontplooiing van alle sociale groepen te bevorderen, de staat is veeleer een instrument geworden ten dienste van de ondernemingen om beter te kunnen verkopen.
C.I. vermoordt de democratie. Het enige wat telt is je producten verkopen op een solvabele markt.
Het is markant dat de grootste verdedigers van de C.I. tegelijk ook de grootste sociale rampen zijn in onze tijd.


4 Technologie is een wapen in de concurrentie tussen mensen

Technologie kan arbeid scheppen en is op zich niet goed of slecht. Maar ze wordt moordend als ze alleen maar gebruikt wordt om concurrentieel te blijven. Dan maakt ze heel wat kennis en bekwaamheid overbodig en kan men in één klap 50.000 mensen afdanken. Er heerst nu een economische terreur en technologie kan een wapen zijn om het individu, de groepen en de gemeenschappen te herwaarderen.
C.I. herleidt echter de behoeften van de mens tot de behoeften van de koopkrachtige mens.


5 Democratie moet wereldwijd zijn

Vandaag zijn het de ondernemingen die de cultuur bepalen, en zij doen dat binnen de grenzen van de concurrentie in functie van de C.I. en ten dienste van de aandeelhouders.
Maar hoelang kan men blijven zeggen "Ik heb niets te maken met zeshonderd miljoen Afrikanen"?

Deze tekst is een samenvatting van de Panorama-uitzending op basis van wat de leerlingen aanbrengen. Deze tekst wordt dus soms ook aangevuld - een enkele keer herschreven - omdat de verwoording van de inhoud beter bij hun eigen samenvatting aansluit.

2 Max Havelaar



Toen Multatuli in 1856 werd benoemd tot assistent van de regent van Lebak, diende hij tegen zijn superieur een officiële aanklacht in, wegens machtsmisbruik en uitbuiting van de inlandse bevolking van het toenmalige Nederlands-Indië.


Het enige wat hij ermee bereikte was dat hijzelf werd overgeplaatst. Hij nam ontslag en keerde terug naar Europa, maar niet om zijn strijd voor rechtvaardigheid te staken. Hij greep naar het enige wapen dat hem restte: de pen. En in slechts enkele weken schreef hij zijn "Max Havelaar, of de koffieveilingen der Nederlandse Handelsmaatschappij". Een bewogen protest tegen de koloniale wantoestanden die hij met eigen ogen had aanschouwd.


In de derde wereldlanden is, nu meer dan honderd jaar later, dat protest nog steeds van kracht. Een Mexicaanse boerin zegt : "We telen al zo lang koffie, maar de échte vruchten hebben we er nog nooit van mogen plukken." Het boek heeft nu in Nederland een vervolg in de praktijk gekregen. In de geest van de romanfiguur Max Havelaar staat niet het commerciële winstoogmerk van de koffieverkoop voorop, maar het principe van rechtvaardigheid.


Het idee is ontstaan bij de kleine koffieboeren in Mexico, die aan vertegenwoordigers van de Nederlandse ontwikkelingsorganisatie Solidaridad zeiden dat het natuurlijk heel goed was dat ze elk jaar wat geld kregen voor een vrachtwagen of een schooltje, maar dat ze pas echt geholpen zouden zijn als ze betere prijzen voor hun koffie zouden krijgen. Want dan zouden ze helmaal niet meer om hulp hoeven te vragen.


De Nederlandse pater Van der Hoff, bezieler van een koffiecoöperatie in Mexico, bracht het idee twee jaar geleden over naar Nederland, en daar ontstond in november 1988 de Stichting Max Havelaar.


Eerlijke prijzen


Het idee achter de Stichting is in feite erg simpel. De Stichting Max Havelaar sluit contracten af met Nederlandse koffiebranders die bereid zijn om - naast koffie die ze nu al kopen en verkopen - ook koffie te kopen van kleine boeren aan rechtvaardige prijzen.


De Stichting Max Havelaar stelde een lijst op van coöperaties van kleine koffieboeren in Zaïre, Costa Rica, Mexico, Nicaragua en Tanzania, waaruit de koffiebrander zijn eigen keuze maakt. De koffie wordt, zonder tussenpersonen, rechtstreeks van de koffieboeren gekocht tegen de geldende wereldmarktprijs plus een toeslag van maximum 10 procent. Is de wereldmarktprijs laag, dan is de toeslag hoog en andersom.


Bovendien garandeert de Stichting Max Havelaar een bodemprijs die altijd betaald wordt, ook als de wereldmarktprijs onder dat niveau daalt. En dat is nu wel erg actueel, want sinds juli '89 is de wereldmarkt voor koffie ingestort door het uitblijven van een nieuwe Internationale Koffie Overeenkomst. Door deze piijsgaranties wordt een pakje Havelaar-koffie wel wat duurder voor de consument: ongeveer een halve gulden of zowat 9 frank per pakje.


De koffiebrander die het keurmerk Max Havelaar wil krijgen, moet zijn aankoop ook voorfinancieren. Omdat er vaak een jaar verloopt tussen de oogst en het verschepen van de koffie, moeten de kleine koffieboeren zich nu diep in de schulden steken, wachtend op de betaling voor hun koffiebonen. Door voorfinanciering kunnen ze schulden vermijden en gaat een deel van hun inkomen niet langer op aan rente en aflossing.


Tenslotte draagt de koffiebrander 4 procent af aan de Stichting Max Havelaar, die met deze gelden publiciteit maakt voor de Havelaar-koffie en die daarmee ook de controles financiert die de Stichting Max Havelaar altijd mag uitvoeren bij de koffiebrander.


2 procent marktaandeel


In Nederland werd zopas het eerste actiejaar van de Stichting Max Havelaar afgesloten met de verkoop van het 7,5 miljoenste pakje Max Havelaar-koffie.


Waar vroeger de Wereldwinkels met hun koffie een marktaandeel hadden van 0,2 procent, is dat op één jaar tijd gestegen tot 2 procent, en dat wordt in kringen van koffiebranders revolutionair genoemd.(Nu ± 5%)



"Mensen die iets voor de Derde Wereld willen doen, zoeken vaak tevergeefs naar concrete mogelijkheden. De Wereldwinkels bieden de kans om producten uit de Derdz Wereld te kopen, maar hun verkoopscircuit zit te veel in de alternatieve hoek en hun verkoopsresultaten zijn in feite maar symbolisch. Een meer rechtvaardige internationale handel realiseer je slechts via het échte commerciële verkoopscircuit. En dat probeert de Stichting Max Havelaar te verwezenlijken met de verkoop van koffie".


Het effect in de derde wereld


Hoe belangrijk de handelswijze van Max Havelaar is voor de derde wereld wordt duidelijk aan de hand van enkele voorbeelden uit de praktijk.

In Costa Rica gebruiken een zestal dorpscoöperaties aande Westkustde meerprijs die zij voor de koffie ontvangen voor de ontwikkeling van hun dorpen en voor de herbebossing van het gebied. De coöperatie Cerro Azul kon er zelfs een stuwdam van bouwen, die nu goedkope energie aan heel het dorp levert.


In Nicaragua en Tanzania kan koffie alleen bij exportorgartisaties van de overheid worden ingekocht, om de overbodige tussenhandel uit te schakelen. Alle boeren krijgen een gelijke pries voorhunkoffie. De meerprijs van Max Havelaar wordt besteed aan ontwikkelingsprojecten.


In het zuidelijk bergland van Mexico kon de UCIRI-coöperatie van Indiaanse boeren dankzij de meerprijs een gereedschapswinkel ovememen, zodat de boeren voortaan tegen normale prijs aan hun werktuigen kunnen komen.


In het Noorden van Zaïre koopt de organisatie CDI koffie (en andere producten) op van de boeren, om ze uit handen van de tussenhandelaren te houden. Het extra geld dat via dit alternatieve afzetkanaal verdiend wordt, komt ten goede aan onderwijs en gezondheidszorg.


In Haiti, Angola, de Dominicaanse Republiek, Mexico, Zimbabwe en andere landen waar Max Havelaar actief is, worden overal ontwikkelingsprojecten opgezet of zijn ze al in volle gang. Projecten die niet betaald worden door de ontwikkelingshulp van de rijke industrielanden, maar door de inwoners van de derde wereldlanden zelf.


Yve Champagne, verkoper voor koffiecoöperaties in Haïti, reageert enthousiast: "Wij zijn heel blij met Max Havelaar. Voor ons is Max Havelaar veel beter dan ontwikkelingshulp. En ik denk voor de rijke westerse landen ook. Want eerlijke handel, zoals Max Havelaar drijft, maakt giften op de lange duur overbodig! En als we het over ontwikkeling hebben, dan is dit natuurlijk pas écht een positieve ontwikkeling. Voor iedereen."




Na eerlijke koffie, nu ook eerlijke bananen

Max Havelaar garandeert faire handelsvoorwaarden


TERVUREN - Na de koffie van Max Havelaar liggen er vanaf vandaag ook Max Havelaar-bananen in de rekken van de warenhuizen. Het zijn bananen die gegarandeerd afkomstig zijn van onafhankelijke telers uit het zuiden die er een eerlijke prijs voor hebben gekregen.




"Max Havelaar is geen merk, maar een keurmerk", benadrukt woordvoerder Dirk Steurs van Max Havelaar-België. "Het wordt alleen toegekend aan importeurs die de bananen onder eerlijke handelsvoorwaarden aankopen." Net zoals bij de Max Havelaar-koffie gaat het erom dat de bananen ingekocht worden bij plantages die op een sociaal verantwoorde en milieuvriendelijke manier produceren.

Om een banaan te kweken die aan de Europese wensen voldoet, gebruiken vele kwekers in het zuiden zware bestrijdingsmiddelen met desastreuze gevolgen voor het milieu en voor de gezondheid van de arbeiders. Vaak vloeit deze manier van werken voort uit de wurgcontracten die de grote multinationals - Chiquita, Dole en Del Monte - opleggen aan de bananenboeren. De arbeidsomstandigheden van de planters die werken voor de grote drie worden gekenmerkt door lage lonen, lange werkdagen en kortlopende contracten.


Afhankelijk


Tot hiertoe waren de zuiderse bananenboeren volledig afhankelijk van de multinationals om te kunnen leveren in Europa. "Door zich te verenigen en gebruik te maken van onze structuur, kunnen ze hun producten nu zelf verkopen", zegt Steurs.

Max Havelaar eist van de importeurs dat ze een langetermijnrelatie met de boeren op bouwen en hen een prijs betalen die niet alleen de kosten van de productie dekt, maar ook een behoorlijk salaris garandeert. In de praktijk komt het erop neer dat de boeren gemiddeld het dubbele krijgen van wat ze van de multinationals ontvangen.

Toch zijn de Max Havelaar-bananen, die in ons land te koop zijn in GB, Delhaize, enkele onafhankelijke supermarkten, Oxfam Wereldwinkel en natuurvoedingswinkels, inzake prijs te vergelijken met de banaan van de marktleiders. Hoe dat kan? "Omdat de multinationals extreme winstmarges hanteren", aldus Steurs.

Voor de kleine invoerders is het niet eenvoudig om naast de grote multinationals te werken. De Europese Unie heeft de grote internationale bananenhandelaren immers importquota toebedeeld en voor nieuwkomers is er nauwelijks plaats.

Staatssecretaris van Ontwikkelingssamenwerking, Reginald Moreels, die de eerste tros Max Havelaar-bananen in ontvangst mocht nemen, beloofde dat hij er de komende weken in internationaal verband voor zal pleiten dat de EU dit importregime wijzigt. Moreels meent dat het de hoogste tijd is dat Max Havelaar definitief doordringt in ons land. "De bananen moeten bovenaan in de supermarkt liggen, niet ergens weggestopt", zei hij.


Koffie


Tot nu toe is het succes van Max Havelaar, voorlopig alleen met koffie aanwezig in België, beperkt. Het marktaandeel bedraagt na zes jaar slechts één procent. Een recent onderzoek van Dimarso toonde aan dat velen nog steeds niet weten dat de Max Havelaar-koffie niet alleen in derdewereldwinkels, maar ook in grote warenhuizen te koop is.


Mogelijk doen de bananen het beter, net zoals in Nederland. Daar werden de bananen met keurmerk precies een jaar geleden gelanceerd. Ze hebben inmiddels een marktaandeel van tien procent, terwijl de eerlijke koffie slechts beslag legt op zo'n 2,5 procent van de markt.

De verklaring voor dit verschil is eenvoudig, zegt Jeroen Douglas van Solidaridad, de Nederlandse ontwikkelingsorganisatie die mee aan de basis ligt van de eerlijke banaan. "De merkentrouw bij koffie is veel sterker. Bovendien ligt de prijs van koffie met een keurmerk altijd wat hoger dan die van andere merken. De klanten moeten dus een meerprijs betalen en zover gaat de loyaliteit bij de meesten niet."

De Standaard 20 november 1997




3 Hefboom. Bert Van Thienen: Je moet lef hebben om te zeggen: ik start met een zaak.



Van de tien jaar dat Hefboom bestaat, is hij vier jaar directeur avn deze alternatieve financiële instelling. Voordien had deze maatschappelijke assistent uit Meise zestien jaar gewerkt op de Brusselse animatiedienst van Broederlijk Delen en Welzijnszorg. Hij zette, zoals hij het zelf uitdrukt, vier jaar geleden de stap van de zachte naar de harde sector. Die overstap naar de harde sector is een bewuste keuze geweest, zegt Bert Van Thienen.


Een bewuste keuze. Wat bedoelt u?


Ik zou het werk voor Broederlijk Delen en Welzijnszorg nog altijd graag doen. Het is zinvol werk, want je probeert aan mensen kansen en mogelijkheden te geven: huisvesting, onderwijs. Toch kun je het fundament van hun leven niet veranderen, als je er niet voor zorgt dat ze een inkomen hebben. Hoe je het draait of keert, voor het grootste deel van de mensen staat inkomen gelijk aan arbeid. Het is pas als iemand werk heeft en daaruit een inkomen kan genereren, dat die persoon meetelt in de samenleving. Je kunt er filosofische en bijbelse ideeën bij halen dat het anders zou kunnen, maar tot vandaag is het nog zo dat arbeid voor inkomen moet zorgen. De sleutel is de economie. En daar wilde ik staan. Daar staat Hefboom.


Bij Welzijnszorg hadden ze die ervaring opgedaan: we kunnen de mensen nog honderd jaar vormen, velen geraken toch niet aan de bak. Er moest dus gedaan worden aan het scheppen van werk. Welzijnszorg had daar de middelen niet voor en was er niet voor geoutilleerd.


Wat bedoelt u met: van de zachte sector naar de harde?


Binnen de sector van het welzijnswerk werk je in zekere zin beschermd: je hebt subsidies en giften, waar je heel veel moeite moet voor doen om ze vast te krijgen, maar het staat buiten het gewone geldcircuit. Bij Hefboom moeten we onze inkomsten zien zelf vast te krijgen, voor ons eigen bestaan vechten. De middelen waarmee we werken, zijn veel gevoeliger en riskanter: als de bankrente daalt, dan gaat de opbrengst van ons werkkapitaal naar beneden. Met Hefboom komen we ook bij de kern van de samenleving: de economie en daarin de financiële vleugel. Hier treed je binnen in het sterke bastion van de economie waar de strijd hard is, mensen uitgeschakeld worden, keiharde regels bestaan. We kunnen nog zozeer pleiten voor en dromen van een alternatieve economie, maar we moeten in het bestaande systeem stappen, willen we hier iets doen. Je kunt economisch niet werken, als je dat systeem negeert. Wij zijn wel tegen de spiraal van de rentes (ik krijg op mijn belegde geld een rente, de bank gebruikt mijn geld en bekomt daarvoor een nog grotere rente, enz.), maar wij zitten er volop in. Als de rentes dalen met 2 procent, dan is dat een streep door onze rekening: de middelen waarmee we werken zijn meteen een stuk minder.


Hefboom wil alternatieve ondernemingen financiële middelen bezorgen. Die bedrijfjes zijn actief op de bestaande markt. Betekent het dat Hefboom ook van hen eist dat ze economisch rendabel zijn?


We zijn uiteraard blij dat zo'n bedrijf probeert een beetje alternatief te werken, een goed product heeft of mensen wil tewerkstellen, maar tegelijk moéten wij van dat bedrijf eisen dat het economisch rendabel is. Met acties als Broederlijk Delen en Welzijnszorg kun je wel hopen dat een bepaald project zelfbedruipend wordt, maar de kans dat het gesubsidieerd blijft is groot. Bij Hefboom gaat het over renderend werken op de bestaande markt met zijn harde wetten. Een recent voorbeeld om het te illustreren. In Brussel willen vrouwen een strijkwinkel opstarten. Een leuk project dat tegemoetkomt aan een bepaalde behoefte, maar de vraag is: wie is bereid om voor die dienst een prijs te betalen? Het is niet voldoende om te zeggen: We kennen allemaal wel enkele mensen die bij ons zullen komen. Op die goodwill draait een zaak niet, hooguit een maand houd je het zo uit. Wil het blijven draaien, dan moet je promotie doen, een prijs hebben die mensen willen geven en waarmee je het personeel kan betalen. Zo simpel is het.


Allemaal initiatieven waarvoor geen middelen in het normale financiële circuit te vinden zijn?


De eerste jaren was dat zeker zo. Nu krijgen we ook mensen die zeggen: We kunnen het geld misschien bij de bank krijgen, maar we lenen het liever bij u. In het begin waren het vooral kansarmen, vluchtelingen bijvoorbeeld, die een zaakje wilden beginnen en zonder borg geen geld bij de bank konden krijgen. Onze allereerste financiering betrof een schrijnwerkerijtje van twee politieke vluchtelingen. Ook bedrijfjes die een product of een dienst willen op de markt brengen waarin een gewone bank niet zou geloven, of bedrijven die kiezen voor een coöperatief statuut wat ook niet altijd bij de banken welkom is. De essentie is dat wij risico's lopen die de bank niet kan of wil lopen. Ofschoon het best meevalt: op de dertig financieringen die bij ons lopen, hebben we slechts twee faillissementen meegemaakt: eentje bedrieglijk en eentje gewoon.


Over welke bedragen gaat het?


Gemiddeld zijn dat nu leningen tussen 1 en 2 miljoen frank. De grootste lening die men bij ons heeft afgesloten is 5 miljoen. Voor de bankwereld zijn dat kleine bedragen en dan ook niet altijd interessant: er kruipt te veel tijd in voor dat beetje geld. Er zijn nu ook al verschillende bedrijven die combineren: een stuk lenen bij de bank en een stuk lenen bij ons. Dat zijn dan bedrijven die met het startkapitaal van ons nu bedrijfecomisch zeer gezond draaien en kunnen uitbreiden.


Welke bedrijven kunnen bij u terecht?


Wij hanteren duidelijke criteria. Niet iedereen kan zomaar bij ons geld lenen. Het hoofdcriterium is tewerkstelling: er moet werkgelegenheid gecreëerd worden, met een prioriteit voor mensen die anders moeilijk aan werk geraken. Daar moet je wel niet altijd aan voldoen, als je tenminste goed bent bij een viertal andere criteria. Er is ten eerste de milieuvriendelijkheid. Ten tweede de maatschappelijke meerwaarde: de onderneming moet beantwoorden aan een nieuwe maatschappelijke behoefte. Ik zeg zo maar iets: hormonenvrij vlees. Daar is behoefte aan. Een aantal jaar geleden hebben wij natuurvoedingswinkels gefinancierd, omdat dit toen een meerwaarde was. Dat is het vandaag niet meer: in elk Vlaams dorp kan nu een winkel van natuurvoeding renderen. De idee is ingeburgerd. Dat financieren we dan ook niet meer. Het moet dus vernieuwend zijn. Het derde element is dat van de democratische verhoudingen binnen het bedrijf. We bekijken de relatie tussen het personeel en de eigenaar. Ook kan in rekening komen de democratische relatie met de consument of producent. Het voorbeeld van Veeakker: die sluit contracten af met de boer in het begin van het jaar en ook de prijs wordt vastgelegd, een groot verschil met de normale gang van zaken. Er wordt ook vergaderd met de boeren enz. Het is bovendien voor de boeren beter leefbaar. Men moet op al die criteria toch enigszins scoren om bij ons terecht te kunnen. Gaat men echt in tegen een van die criteria, dan zeggen we neen. Op een of twee moet men echt positief scoren.



Groeit het aantal aanvragen gestaag?


Niet op dit moment. De economische crisis is niet gunstig om zich te riskeren op de markt. Je moet serieus lef hebben om te zeggen: Ik start met een zaak. Als iemand tien jaar geleden een bedrijfje begon en het mislukte, dan was de kans groot dat hij na een paar maand een betaalde job vond. Wie nu over de kop gaat, heeft een wachttijd vooraleer te kunnen stempelen en daarenboven staan zoveel mensen om werk te dringen. Investeringen zijn ook groter. Tien jaar geleden kon je met een lening van een paar honderdduizend frank al iets beginnen, nu heb je meteen een paar miljoen nodig. Vijftien-twintig jaar geleden was het geloof in een eigen project groter: wie gezonde voeding belangrijk vond, begon biologisch te tuinieren; wie niet tevreden was met het bestaande toneelaanbod begon met een alternatief theater. Er was een onuitputtelijk geloof dat het anders kon. De bezorgdheid of het wel zou draaien, daar liep men als het ware overheen. Men geloofde in de zaak en was bereid om daar veel voor opzij te zetten. Als ik trouwde, was ik gewetensbezwaarde en mijn vrouw werkte halftijds. Juist voor we gingen trouwen, werd ze afgedankt. Het enige wat ze zou krijgen, was kindergeld voor mij. Wij hebben nooit de vraag gesteld: zullen we dan wel trouwen? We deden het, kropen op een flatje en redden het met ons beetje spaarcenten. Ik zeg niet dat mensen dat zo moéten doen, maar ik stel vast: jongeren van 25 en 30 jaar blijven gewoon thuis, omdat ze zo zeker willen zijn. De behoefte aan zekerheid is zo groot, dat ze geen enkel risico meer durven nemen.


(Uit Kerk en Leven)


4 De Krikker

De Standaard 8 december 1992


Alternatieve verkoper tweedehands R 4 's wordt officiële Renault-dealer


Nieuwe coöperaties vochten hard om te overleven


ANTWERPEN— Garage De Krikker in Antwerpen begon tien jaar geleden met de verkoop van Renault R 4's. Herstellingen werden uitgevoerd met gebruikte onderdelen. Maar hun klanten-met-de-geitenwollen-sokken werden ouder, kregen kinderen, en zochten naar een grotere wagen. De Krikker volgde. De tweedehands wisselstukken werden aan de kant geschoven. Ook "gewone" mensen begonnen hun weg naar de Turnerstraat te vinden. Nu vormen ze al een kwart van het cliënteel. En vorig jaar werd coöperatie De Krikker een officiële Renault-dealer. Sedertdien dragen de zeven garagisten een Renault-overall. Zo ongeveer verging het de "nieuwe" coöperaties.


"Maar we blijven onze princiepen trouw", verzekert Krikker-garagist Bob Docx, "alleen werden we wat professioneler". De Krikker is één van de "nieuwe" coöperaties uit het begin van de jaren tachtig die overleefden. Andere doofden uit. Het is hard, bekennen de pioniers. De "nieuwe" coöperaties in Vlaanderen wierpen zich niet op als alternatief voor de hoge werkloosheid. Wel wilden ze broedplaatsen zijn voor een andere visie op leven en werken. Mens- en milieuvriendelijk werken. Slechts een minderheid, vooral in Wallonië, was het om tewerkstelling te doen. Ze ontstonden in een noodsituatie: na het faillissement namen de werknemers hun bedrijf in zelfbeheer over. De nieuwe coöperaties groeiden uit het elan van mei '68, verschillen grondigvan de oude coöperaties en herkennen zich slechts gedeeltelijk in de nieuwste nieuwe coöperaties.

"Maar de investeringen worden zwaarder en de klanten veeleisender", waarschuwt Docx. "Je kan` niet langer rekenen op de onvoonvaardelijke sympatie van de klanten. Ze zijn minder loyaal."


De concurrentie was bikkelhard. Bovendien brengt mens- en milieuvriendelijk werken extra kosten mee. Niet elke garagist geeft zijn klanten immers een cursus automechanica om hen mondiger te maken. De Krikker wel. De klanten mogen op zaterdag overigens zelf aan hun wagen komen sleutelen, daarbij met raad en daad bijgestaan door een Krikker-garagist.


Olie


"Zwartwerk is in De Krikker volkomen onbestaande", verzekert Docx. Er is geen baas in De Krikker. Er wordt dus veel vergaderd. Vroeger moest iedere medewerker alles kunnen, van olie verversen over werkschema's opstellen tot de facturen schrijven. Het is niet gemakkelijk zulke mensen te vinden. Zo was twee jaar geleden een plaats maar liefst vier maanden vacant.


Nu wordt iets meer specialisatie toegelaten. "We werden misschien iets professioneler", oppert Docx, "maar we blijven er angstvallig over waken dat er geen machtsmonopolies groeien. Dat loopt altijd fataal af.

De stijl in De Krikker werd wat directer, met wat minder ideologische franjes; het werk wordt wat efficiënter aangepakt; van kostenbaten-analyses is men niet meer vies... "Maar van één beginsel wijken we niet af, dat van gelijk loon voor ongelijk werk."


Ook macht door de centen wordt vermeden. Van de coöperanten wordt geen financiële inbreng verwacht. Er werd geleend van vrienden en klanten; de altematieve financiers Netwerk en Hefboom, evenals de Nationale Investeringsmaatschappij sprongen bij.


Na tien jaar kan De Krikker, met tien medewerkers, financieel net het hoofd boven water houden. Vier jaar geleden weken drie ex-coöperanten uit naar Brugge om er een eigen Krikker op te zetten. Daar zijn ze in Antwerpen erg trots op.


En hoe staat de overheid tegenover de nieuwe coöperaties? "Op steun konden we nooit rekenen, wel werden we jarenlang bejegend met minzame sympatie. Nu is er zelfs die niet meer. De politici kregen door dat we geen altematief zijn voor de enorme werkloosheid. Voor het milieu-aspect is er wel enige aandacht. Zo kregen we twee gesubsidieerde contractuelen voor de volgende uitgave van De Groene Gids, maar van bijvoorbeeld de belofte om een MeMo-ccntrum op te richten, kwam nog niets", besluit Docx.



3.3 Uit de krant ...

Als toemaatje nog wat krantenartikels die leerlingen kunnen helpen de ethische vraag scherper te omschrijven.
Met dit materiaal kan makkelijk een klasgesprek gestart worden waarin de band tussen levensbeschouwing en (bedrijfs)ethisch handelen onderzocht wordt.


Pocahontas-piama kost 360 frank, levert loonslaaf in Haïti twee frank op

De Standaard 4 januari 1996


NEW YORK ( ips )—Nergens kunnen Amerikaanse bedrijven betere zaakjes doen dan in Haïti. Voor elke Pocahontas-piama, die in de supermarkten in de VS verkocht wordt tegen 360 frank, krijgt een Haïtiaanse arbeider twee frank.


In Haïti, een land waar het wettelijk minimumloon niet meer dan 72 frank per dag bedraagt, betaalt ruim de helft van de assemblagebedrijven minder. Dat blijkt uit een studie van het National Labor Commitee (NLC), een Amerikaanse organisatie die zich inzet voor de bescherming van de vakbonds- en mensenrechten.

Het rapport draagt als titel The US in Haiti: How to Get Rich on 11 cents an Hour. In vertaling: De VS in Haiti: hoe rijk worden met 11 dollarcent per uur. Het beschrijft hoe belangrijke Amerikaanse bedrijven zoals Disney, Wal-Mart en J.C. Penney hun Haïtiaanse arbeiders uitbuiten.

Aan de productie van artikels voor de Amerikaanse markt, zoals de begeerde Pocahontas-piama's —Pocahontas is een kaskraker van de Walt Disney Studios —en het ondergoed dat voor Hanes wordt gemaakt, verdienen de Haïtiaanse arbeiders nauwelijks iets. Voor elke Pocahontas-piama, die in de VS wordt verkocht tegen 11,97 dollar (359frank ), krijgt een Haïtiaanse arbeider slechts 7 cent (2 frank) .


Misverstand


Een woordvoerder van Disney noemt de beschuldigingen in het rapport een "misverstand": "We hechten groot belang aan de omstandigheden waarin onze producten worden gemaakt." De filmstudio eist volgens hem dat elke fabriek die voor haar werkt, de lokale arbeidswetten strikt respecteert .

Veel Haïtiaanse assemblagebedrijven staan in de industriezones langs de weg naar de nationale luchthaven. Meestal zijn de ateliers warm, overvol en slecht verlucht. De arbeiders moeten er tot 70 uur per week werken.

Wie het minimumloon verdient —14,40 dollar of 432 frank voor een zesdagenweek —behoort tot de gelukkigen.

Een tiental Haïtiaanse bedrijven werkt voor Disney. Dikwijls werken die weer met verscheidene onderaannemers. Disney werkt vooral met L.V. Myles Corporation, een bedrijf dat slaapkledij maakt, maar zelf op zijn beurt contracten sluit met andere Haïtiaanse firma's.

Volgens het NLC-rapport betaalt L.V. Myles wel degelijk het minimumloon aan zijn werknemers, maar is dat niet het geval voor de bedrijven waarmee Myles een contract voor onderaanneming sloot.

Paul Miller, voorzitter van L.V. Myles, houdt vol dat zijn bedrijf zich aan alle Haïtiaanse wetten houdt. "Wij gaan ervan uit dat alle bedrijven die voor ons werken, het minimumloon betalen", zegt hij. Maar ook: "Het is natuurlijk moeilijk om de loonpolitiek van een nietverwant bedrijf in het oog te houden". Eric Verhoogen, een onderzoeker die de eindredactie van het rapport verzorgde, zegt dat het in feite helemaal niet moeilijk is voor LV.

Migranten werken in Amerikaanse "slavenhokken"

De Standaard 26 oktober 1995


NEW YORK ( ips ) — In tientallen restaurants New Yorks Chinatown zitten klanten gezellig te tafelen, genietend van oosterse heerlijkheden. Tegelijkertijd zweten slechts enkele meters verder in de keukens immigranten. De warme ovens zorgen in de slecht geventileerde ruimtes voor een ongezonde lucht. In het al even bekende Garment District kunnen klanten voor slechts enkele dollars hemden en broeken kopen van hoge kwaliteit. Maar zij die deze kleren maakten in weggestopte werkplaatsen, zijn al gelukkig wanneer ze na lange uren naaien hetzelfde bedrag kunnen meenemen.


Zulke taferelen lijken te komen uit de tijd van het Londen van Dickens, maar vakbonden en specialisten van de arbeidsmarkt zeggen dat werkplaatsen die gelijken op slavenhokken nog veel voorkomen in de Verenigde Staten.

Alleen al in New York schat de overheid dat er meer dan 4.500 "slavenhokken" zijn met zo'n 50.000 werknemers. Meestal zijn de meest uitgebuite arbeiders jonge vrouwen, die werken in de confectie en in restaurants. In New York zijn de meest kwetsbare groepen nieuwe migranten uit China of Latijns-Amerika, die bijna geen Engels spreken en nergens naartoe kunnen.

Chinatown in New York is een treffend voorbeeld van hoe nieuwe migranten worden uitgebuit in de zogenaamde "sweatshops". Wing Lam, uitvoerend directeur van de Chinese Staff Workers' Association (CSWA) dat poogt de werkomstandigheden in Chinatown te verbeteren, zegt dat de meeste arbeiders daar drie dollar per uur krijgen - ongeveer twee derde van het minimumloon in de VS.




Zeven dagen


Voor deze lage lonen, voegt Lam eraan toe, zwoegen de arbeiders zeven dagen'per week, gewoonlijk twaalf uur per dag, en in sommige werkplaatsen zelfs tot achttien uur. "Stel je voor zeven dagen op zeven te werken, non-stop," zegt Lam. "Veel vrouwen gaan er aan ten onder, zowel fysiek als mentaal."

"Het is verbazend dat mensen verrast zijn dat er nog steeds sweatshops zijn", zegt Mustafa Chisti, direkteur van het Immigration Department van de Union of Needletrades, Industrial and Textile Employees (UNITE), die zo'n 355.000 confectie-arbeiders vertegenwoordigt.

Onder het bewind van Ronald Reagan en George Bush verloor het ministerie van Arbeid 23 procent van zijn inspecteurs die misbruiken op de werkplaats moeten controleren. Ondertussen, zegt hij, werden de grote Arnerikaanse bedrijven door de globalizering van de wereldhandel steeds machtiger. Ze konden hun prijzen verlagen door hun producten te laten maken in ontwikkelingslanden.

Kleinere bedrijven proberen op een andere manier de arbeidskosten te drukken.

Dikwijls werken ze met migranten die illegaal in de VS verblijven en voor minder dan het Amerikaanse minimumloon willen werken. "Deze jobs zijn zo vreselijk dat Amerikaanse arbeiders ze niet willen doen", zegt Chisti.

De sweatshops zijn vaak de enige plaatsen waar bijvoorbeeld kleren zo goedkoop gemaakt kunnen worden dat de kleinhandelaars ze nog met een winst van 300 tot 500 procent kunnen verkopen, zegt Jackson Chin, directeur van het Centrum voor de Rechten van Immigranten in New York.




Bang


Onlangs kwam een biezonder zwaar geval van misbruik aan het licht, nadat inspecteurs binnengevallen waren in een bedrijf in El Monte, in Californië. De arbeiders leefden er als slaven in een groep huizen die met prikkeldraad waren omheind. In het kamp werkten meer dan zeventig arbeiders, vooral jonge Thaise vrouwen, die kledij maakten ter waarde van miljoenen dollars. Deze kleren werden daarna verkocht aan enkele van de grootste Amerikaanse kleinhandelaars, waaronder Neiman Marcus en Montgomery Ward.


Het El-Monteverhaal trok de aandacht van het publiek en minister van Arbeid Robert Reich beloofde een eind te zullen maken aan de sweatshops. Vorige maand trok Reich naar New York om achter gesloten deuren de vertegenwoordigers van vijftien nationale kleinhandels te ontmoeten; hij liet hen een bepaling rond eerlijke arbeid opnemen in hun contracten met onderaannemers.


Chisti zegt dat zo'n doelbewuste taal om de rechten van de arbeider te beschermen goed is, maar: "Als je er niet voor zorgt dat de wetten worden nageleefd, wat heeft het dan voor zin?"


Uit Talent 21 februari 1996


Duet-pralines zijn groepswerk


Duet uit Gent ontving de "Prijs voor de Solidaire Ondernemer". Het bewijst dat ook met mensen met verminderde kansen rendabel kan worden gewerkt. Zaakvoerder Bert Boone: "We promoten bewust mensgericht ondernemen."


Duet wil bewijzen dat het mogelijk is met "werknemers met verrninderde kansen" een rendabel bedrijf te exploiteren. "We hopen andere bedrijfsleiders te prikkelen, te bewijzen dat het economisch haalbaar is gehandicapten en langdurig werklozen te integreren. We kozen voor de naam 'Duet' omdat geen enkele arbeid het werk van een is", vertelt zaakvoerder Bert Boone.

"De Prijs van de Solidaire Ondernemer is voor ons een enorme stimulans om onze strategie verder te zetten"


Gent

Sinds oktober 1994 verzorgt Duet maaltijden voor-scholieren en ambtenaren in de stad Gent. In september van verleden jaar lanceerde het bedrijfje gepersonaliseerde pralines en chocoladeventjes. "We hebben 1995 afgesloten op break-even", zegt Bert Boone (39) "Dit jaar moeten we onze omzet optrekken. Dat kan door onze inteme organisatie te verbeteren. In januari hebben we twee nieuwe medewerkers aangeworven en in augustus komen er opnieuw twee bij."


Duet stelt vandaag 21 mensen tewerk: 14 uit de doelgroep en 7 kaderleden, die deeltijds aan de slag zijn. Onder de 14 vinden we 11 gehandicapten en 2 migranten. "Het blijft ons streefdoel om 70 % van het werknemersbestand te recruteren uit doelgroepen die het zeer moeilijk hebben op de arbeidsmarkt", verklaart Bert Boone. De gebruikelijke term "risicogroepen" mijdt hij omdat de kans bestaat dat werkgevers deze groepen gaan associëren met risico.



Werkgaard


In 1987 stichtte een groep, aanleunend bij de handicaptenzorg van de Zusters van Liefde, het beroepsopleidingscentrum De Werkgaard. "We beseften dat opgroeiende jongeren met een handicap, ondanks een goed begeleide schoolperiode, weinig perspectief hadden op tewerkstelling."

Allereerst was er de opleiding voor bakker/pasteibakker, die werd aangepast tot hulpkracht in de voedingsnijverheid. Jaarlijks doen hier 30 cursisten ervaring op. Daarnaast organiseert het centrum jaarlijks bedrijfsstages en begeleiding op de werkplek voor 180 langdurig werkzoekenden.

Directeur van het opleidingscentrum, Bert Boone: "Na al die jaren blijf je met het gevoel dat je aan de kant blijft staan, dat ons centrum een buitenstaander blijft van het echte bedrijfsgebeuren. Daarom beslisten we een echt bedrijfje op te richten dat economisch rendabel moet zijn."


Werk op maat


Elke medewerker krijgt een job waarin die zo goed mogelijk functioneert. "Daarnaast willen we jobrotatie invoeren. Tijdens de kerst-, krokus- en zomervakantie ligt de catering voor de studenten stil. De medewerkers worden nu opgeleid om dan in te springen bij de chocoladeproductie, die in die periodes piekt."


"Wij gebruiken de tewerkstellingsmaatregelen die voor alle bedrijven openstaan. Ik ondervind dat vele KMO's die maatregelen niet kennen. Mits goed gebruik ervan, is het perfect mogelijk werknemers met verminderde kansen aan de slag te houden."

Bert Boone geeft het voorbeeld van gehandicapten: CAO 26 stelt vergoedingen in voor persoongebonden rendementsverlies. 10% tot 50% van het loon kan terugbetaald worden. "Voor enkele werknemers krijgen wij 15% van hun loon terugbetaald. Iedereen kan van deze CAO gebruik maken."


Door een goede job-analyse tracht Duet ieder werk op maat te geven. "We promoten deeltijds werk zeer sterk. Omzeggens alle functies variëren tussen 25 en 30 uur arbeidstijd. We beogen hiermee enigzins de arbeid te herverdelen. De catering in de scholen maakt het tegelijk mogelijk inspanningen te doen naar vrouwen met kinderen. Zij kunnen overuren tijdens schoolvakanties recupereren."

Tot op heden rekruteerde Duet alle kandidaten via de begeleidingscel 'risicogroepen' van de VDAB. De nieuwe medewerkers volgden allen een opleidings- of tewerkstellingsprogramma.


Maaltijden


Sinds ruim een jaar verzorgt Duet de catéring voor de ambtenaren van de stad Gent op het Wilsonplein en voor de hogeschoolstudenten van de Sint-Lievenspoort (Kaho), de Gebr. De Smetstraat (Kaho) en de Goudstraat (KVMV).

Zes medewerkers bereiden de broodjes, de lasagnes, croque-monsieurs, spaghetti's, .. . voor in de centrale keuken. De teams ter plaatse werken de gerechten af, naar gelang van de behoefte van de studenten.



Chocolade voor Pasen


In september, tijdens de Gentse jaarbeurs, lanceerde Duet zijn eerste gepersonaliseerde pralines: in samenwerking met 11 Oost-Vlaamse stokers presenteerde het bedrijfje een jeneverpraline.

"In december leefden we in de euforie. We werkten zonder enige voorraad. De pralines die we 's morgens aanmaakten, waren 's avonds verkocht."

Naar Valentijn en Pasen verkoopt Duet, onder meer, chocoladen harten met de naam van de geliefde, voor enkele honderden frank.


Eén chef chocolatier, 2 gaarkeukenspecialisten, één commercieel verantwoordelijke Steven Vyncke, één vormingsspecialist en coördinator Marnix Werrebrouck voor de boekhouding vormen het deeltijdse kader.

"Duet wil een gewoon bedrijf zijn dat middelen hanteert die elk ander bedrijf ter beschikking staan", benadrukt Bert Boone, "Duet wil niet speciaal zijn, geen dierentuin waar je naar kijkt. We promoten bewust mensgericht ondernemen. We opereren in een concurrentiële omgeving. Ons bedrijfje kan nog altijd op de neus vallen ."






Hoofdstuk 4 Bedrijfscultuur


4.1 Inleiding


Freddie heeft bij een warenhuis twee dozen floppy's voor zijn nieuwe computer gestolen. Freddie wordt echter betrapt door een opmerkzame cassière en belandt uiteindelijk op het politiebureau. Na een half uur wachten meldt de vader van Freddie zich op het politiebureau. Zijn gezicht spreekt boekdelen. Bij het zien van zijn zoon zegt hij tegen hem: "Freddie, hoe heb je nu ooit zo stom kunnen doen! Als je het tegen mij had gezegd dat je floppy's nodig had, had ik ze toch van de zaak meegenomen."
De vader werkt bij een bedrijf waar het zeer gebruikelijk is dat allerlei bedrijfseigendommen mee naar huis worden genomen, bestemd voor privé-gebruik. Pennen, potloden, stiften, blocnotes worden regelmatig in de eigen tas gestoken. Vooral bij de aanvang van het schooljaar gaan deze schrijfwaren extra snel 'de deur uit'. Dergelijk gedrag wordt binnen deze onderneming over het algemeen geaccepteerd. Dit gedrag staat nauwelijks ter discussie. "Soms zegt er wel eens iemand dat het eigenlijk diefstal is, maar dergelijke opmerkingen worden door zijn collega's in de wind geslagen en afgedaan met de opmerking: "houd je bezig met je eigen zaken", aldus de vader van Freddie tijdens een later gesprek. "Ik weet nog goed dat ik voor het eerst bij dit bedrijf kwam werken" vervolgt de vader. "Een van mijn collega's, een heel aardige vent trouwens, zei tegen mij dat wanneer ik iets nodig had om thuis te gebruiken, ik dit gewoon van de zaak kon meenemen. Het klonk mij toen wat vreemd in de oren. "Ach, iedereen doet het en je werkt er toch hard genoeg voor? En wat heeft een pennetje nu voor waarde? Het bedrijf gaat er echt niet van op de fles." Ik moest er wel aan wennen maar toen ik om mij heen zag wat iedereen niet allemaal meenam, was ik er zelf ook snel toe geneigd om een graantje mee te pikken."

de Leeuw, Kannekens, Bedrijfsethiek voor HBO,Best, 1990

Het voorbeeld laat zien dat bepaalde gedragsuitingen een onderdeel gaan vormen van de cultuur van een onderneming. Wanneer deze manieren van doen niet of nauwelijks ter discussie staan, rekenen we ze tot de bedrijfscultuur.


4.2 Bedrijfscultuur


De cultuur van een computerfirma is een andere dan die van bijvoorbeeld een overheidsinstelling als de gemeente. Welke kleding trek je aan als je gaat solliciteren bij een bank? Welke kleding trek je aan voor een mondeling examen? De kleding, de wijze waarop men mekaar aanspreekt: het zijn allemaal onderdelen van bedrijfscultuur.
Een bruikbare definitie van bedrijfscultuur is:
het door de medewerkers binnen het bedrijf gedeelde waarden- en normenpatroon. Het gaat hier dus om vragen als:

- Welke waarden zijn overheersend in een bedrijf?
- Is winst maken het alles overheersend principe?
- Staat samenwerking en collegialiteit hoog in het vaandel? Of is er een sterke onderlinge competitie?
- Moeten medewerkers voorzichtig zijn of juist slagvaardig?
- …


De bedrijfscultuur heeft een aantal uitingsvormen.


1 Symbolen

Een symbool is een bepaald middel om een snel en vaak ingewikkeld idee duidelijk te maken. Een symbool verwijst naar iets. Het zijn zichtbare tekens van onzichtbare dingen zoals bepaalde waarden.
Ook het bedrijf kan via symbolen vorm geven aan wat het wil zijn. Het doet dit via symbolische vormgeving van de gebouwen, de werkkleding, de verpakking van het product, het bedrijfslogo, de reclame, … .


2 Rituelen

Een ritueel is een bepaald gebruik, een handeling die steeds terugkeert bij een bepaalde gelegenheid of op bepaalde tijdstippen. Een bedrijf kent ook zijn vaste gebruiken. Zo zijn er (vaak ongeschreven) regels over:

- de wijze van begroeting
- de wijze van vergaderen
- de wijze waarop men jubilea en eventueel verjaardagen viert
- …


3 Helden

Binnen veel bedrijven hebben bepaalde mensen een voorbeeldfunctie. Vaak gaat het om de oprichters of bepaalde 'redders' of 'doeners' van het bedrijf. Deze personen hebben door hun optreden een bijzondere invloed gehad op de positieve ontwikkeling van het bedrijf. Zij vormen daarom een voorbeeld voor alle huidige en toekomstige medewerkers. Die laten zich dan inspireren door deze voorbeeldfiguren, vooral door hun waarden en normen (bv. slag-vaardigheid, zin voor initiatief, keihard werken voor het bedrijf).


De laatste jaren krijgt het begrip bedrijfscultuur steeds meer aandacht. Het succes van Japanse bedrijven is daar helemaal niet vreemd aan. Daar bestaat nog overwegend een bedrijfscultuur waarin de werknemer een levenslange loyauteit heeft tegenover zijn bedrijf.

de Leeuw, Kannekens, Bedrijfsethiek voor HBO,Best, 1990


1 Geef eigen voorbeelden van verschillende bedrijfsculturen.

2 Beschrijf zo accuraat mogelijk de cultuur van de onderneming waar je stage loopt.
- Symbolen, rituelen, helden ...

- Welke waarden en normen spelen een rol?


Orval: een gezegende werkvloer

Job@ 25 september 1999


Binnen de communauteut van het Orvalklooster gaat weinig tijd verloren. De werkdag begint vroeg, kwart voor vier, en eindigt omstreeks halfnegen 's avonds. Timemanagement is hier geen ijdel woord. De architect die in 1931 de nieuwe kloosterplannen tekende, ontwikkelde ook het concept van de Orvalhuisstijl. Corporate-identity die bijna een eeuw onveranderd bleef: het bolle flesje en het robuuste patersglas. De brouwerij levert slechts één product: de gekende trappist.

Tot zijn eigen verbazing werd frère Lode anderhalf jaar geleden door zijn confraters verkozen als gedelegeerd bestuurder van de brouwerij. Een bottom-up-decision die je niet zo gauw met het strenge kloosterleven associeert.


Benedictus stipuleerde in zijn regel toch geen aanwijzingen voor een kmo-manager?

Van bier brouwen kende ik niets, ik ben geen ondernemer, ik was hier novicemeester. Onze abt schetste een functieprofiel voor de 'open betrekking', toen mijn voorganger op rust ging. Ik heb de opdracht aanvaard omdat ik mijn verantwoordelijkheid wou opnemen, maar ook omwille van de uitdaging. Er werken hier 32 leken, waaronder 22 arbeiders. De commercieel directeur, de productiedirecteur, brouwingenieurs en laboranten, een boekhouder en een administratieve kracht hebben een bediendencontract. Mijn eerste contact met de werknemers was een individuele audit. Ze vertelden mij hoe zij de brouwerij en hun job zien.

We hebben op het vlak van personeelsbeleid duidelijk opties in de richting van wat men nogal gratuit HRM noemt. We voeren geen expansiepolitiek, geen groei om de groei. De opbrengsten van het bedrijf worden hoofdzakelijk besteed aan sociale werken, soms aan het onderhoudswerk van het klooster.


Verschilt het arbeidsklimaat in een kloosterbrouwerij van de arbeidsomstandigheden bij een andere brouwerij?

Er zijn parallellen en verschillen. Ook bij ons moet er gewerkt worden! Wel kiezen we voor een aantal waarden zoals de sociale context. Dat uit zich bij aanwervingen. Verder is er werkzekerheid: naakte ontslagen komen bij ons niet voor, enkel natuurlijke afvloeiingen. Qua loon zitten wij een heel stuk boven de akkoorden die sectorieel werden overeengekomen. Het klimaat tussen de werknemers is erg familiaal, iedereen kent iedereen. We organiseren meermaals per jaar informele contacten en ik trek er met de mensen uit de brouwerij en hun gezinnen graag een dagje op uit.

Wij automatiseren en moderniseren, maar niet ten koste van mensen. Structureel kampen wij met een ondercapaciteit: de vraag naar ons product is groter. We kiezen er niet voor om die behoefte op directe wijze te bevredigen en qua marketing zetten we geen stappen om de vraag nog aan te wakkeren. Puur economisch bekeken is dat onverstandig. Maar het monastiek leven mag niet ondergeschikt worden aan het industriële: geen klein klooster naast een grote brouwerij.


In hoeverre hebben de arbeiders inspraak?

Er is een jaarlijkse persoonlijke evaluatie. Ze hebben inzage in hun rapport, dat ook besproken wordt, naast functionering, evolutie van de job, jobrotatie, eventueel de aanpassing van het loon. Dat schept duidelijkheid over de bevoegdheden. Er is ook trimestrieel een voltallige personeelsvergadering, waarbij ook van hen een inbreng wordt verwacht. Daarbij geef ik ook informatie over de kloostergemeenschap. Wekelijks is er een directievergadering, die openstaat voor iedereeen. Op het einde van de werkweek heb ik ook een planbijeenkomst met alle diensthoofden.


Waar haal je je motivatie als je zelf geen riant loon opstrijkt?

Ik blijf in de eerste plaats kloosterling, ik ben geen pure manager. Ik heb aan de abt twee vragen gesteld voor hij me aanstelde als gedelegeerd bestuurder van de brouwerij. Kan ik woensdag vrij houden voor persoonlijk gebed en meditatie? Kan ik mijn activiteiten in het kader van de mystiek blijven uitoefenen? De sessies die ik buitenshuis mag houden over Bernardus van Clervaux geven mij veel voldoening. Op die manier blijf ik trouw aan mijn monastieke wortels. Er wordt mij een wedde uitbetaald en die gaat naar onze communauteit. En of ik me hier inzet of voor onze zieken en bejaarden, dat maakt geen verschil.


Interview van Bertin Sanders in Job@, 25/9/99








Hoofdstuk 5 Bedrijfsethische analyse


In dit hoofdstuk bekijken we een hulpmiddel om concrete problemen ethisch te analyseren. Het model bevat een aantal stappen. Door het volgen van deze stappen leer je op systematische en logische wijze een ethisch probleem ontleden en oplossen. Het voordeel van dit model is dat je uiteindelijk tot een goed onderbouwd standpunt kan komen, want je hebt alle aspecten op een rij gezet en op basis daarvan kom je tot een degelijk, beargumenteerd standpunt.


5.1 Het model in schema


1. formuleren van de praktijk
2. welke feiten spelen een rol
3. welke waarden spelen een rol
4. formuleren van het ethisch probleem

5. wie zijn de belanghebbenden
6. formuleren van een oplossing


5.2 Toepassing op een casus


stap 1. formuleren van de praktijk

Je werkt bij een groot levensmiddelenconcern in de administratie. Je wordt door collega's gekozen voor de ondernemingsraad.
Op de agenda van de O.R. staat de positieve discriminatie bij promoties en sollicitaties voor hogere functies. De hoofdlijn van het rapport is dat het bedrijf in de komende jaren positieve discriminatie wil toepassen: bij gelijke capaciteiten krijgen vrouwen voorrang voor hogere functies. Men wil dit beleid toepassen om de achterstand (9/1) in hogere functies weg te werken. In lagere functies is de verhouding andersom (2/8). Aan de O.R. wordt advies gevraagd. De directie zal in de komende week definitief beslissen.

stap 2. welke feiten spelen een rol?

Voor men oordelen gaat uitspreken is het van belang zoveel mogelijk informatie te verzamelen. Tal van feiten kunnen een rol spelen:

- economische feiten
- juridische feiten
- historische feiten
- sociale feiten
- biologische feiten
- geestelijke feiten
- ...

Toegepast op ons voorbeeld:


- economische feiten. Een bedrijf wil met zo weinig mogelijk middelen zoveel mogelijk winst en continuïteit realiseren. Vanuit die invalshoek gezien wil men uiteraard personeel aanwerven met de beste kwaliteit.


- juridische feiten. De Belgische wetgeving laat geen discriminatie toe op basis van geslacht, behalve om een feitelijke ongelijkheid op te heffen.


- sociale feiten die hier te maken hebben met het personeel. Iedereen heeft recht op werk dat aansluit bij zijn opleiding en capaciteiten. Daarenboven heeft iedereen ook recht op loopbaanontwikkeling.
Wanneer positieve discriminatie wordt toegepast zal de situatie in de komende jaren gunstiger uitvallen voor vrouwen, maar ongunstiger voor mannen.


stap 3. welke waarden spelen een rol?

Vanuit de verschillende invalshoeken duiken allerlei waarden op die in de hele discussie een rol spelen. Wat is de moeite waard om na te streven? We zullen dus opnieuw die verschillende invalshoeken moeten nagaan om die waarden op het spoor te komen.

Vanuit de economische optiek speelt de waarde welvaart een centrale rol. Als een onderneming winst maakt en rendabel is dan wordt het bedrijf zelf daar beter van, alsook alle werknemers van dat bedrijf. Een rendabel bedrijf draagt bij tot de algemene welvaart van een gemeenschap.

Vanuit de juridische optiek worden gelijkheid en wettelijkheid als belangrijke waarden naar voor geschoven.

De sociale optiek laat zien dat ieder mens het recht heeft zich als mens binnen zijn werk te ontplooien.

Ook andere waarden zoals eerlijkheid, vrijheid, rechtvaardigheid, spelen hier een rol.


stap 4. formuleren van het ethisch probleem

Nu wordt voorlopig het ethische probleem geformuleerd in onze casus: de onderneming wil een aantal waarden realiseren in haar activiteiten, die niet gelijktijdig gerealiseerd kunnen worden. Waarden als welvaart, wettelijkheid, gelijkheid, arbeid, ontplooiing, rechtvaardigheid, eerlijkheid en vrijheid, kunnen niet tegelijkertijd gerealiseerd worden. Daarom moet een bedrijf prioriteiten stellen. Ethisch gezien behoren we menswaardig te handelen. De concrete vraag is dus: is positieve discriminatie een uiting van menswaardig handelen?


stap 5. wie zijn de belanghebbenden?

Belanghebbenden zijn individuen en/of groepen die voor- of nadeel hebben bij bepaalde handelingen of beslissingen. Hier kan je teruggrijpen naar het stakeholdermodel (hoofdstuk 1). In deze casus kun je zeker drie directe belanghebbenden onderscheiden.

a. Alle hoger opgeleide vrouwen binnen en buiten het bedrijf. Zij hebben voordeel bij een besluit tot positieve discriminatie van vrouwen. Zij krijgen meer of gemakkelijker toegang tot hogere functies.

b. Alle hoger opgeleide mannen binnen en buiten het bedrijf. Zij hebben nadeel bij zulk een besluit. Hun kansen op hogere functies worden kleiner.

c. Eigenaars en medewerkers van het bedrijf. Wanneer het bedrijf economische voor- of nadelen heeft bij een besluit tot voorkeursbehandeling, bevoor- of benadeelt dit de eigenaars en de medewerkers.


stap 6. formuleren van een oplossing

Op basis van de gegevens die je verzameld hebt in de vorige stappen tracht je tot een beslissing te komen of een oplossing te formuleren.

a. Je formuleert je standpunt. Van al de waarden die een rol spelen (zie stap 3) zal je nu wat jij waardevol vindt voorop plaatsen.

b. Het spreekt vanzelf dat je duidelijk je argumenten voor dit standpunt moet kunnen formuleren.

c. Van belang is echter ook dat je redelijke argumenten aanhaalt waarom je andere standpunten afwijst.

Je argumenten kan je ondermeer halen bij de drie ethische modellen die in het eerste hoofdstuk besproken werden. In het geval van onze casus speelt vanuit de plichtenethiek (of beginsel-ethiek) het beginsel gelijkheid een centrale rol voor de voorstanders van een voorkeursbehandeling. Bij de nutsethiek (of gevolgen-ethiek) kies je een oplossing die zoveel mogelijk welzijn voor zoveel mogelijk mensen oplevert.


Tot welke oplossing zou jij komen in de casus over positieve discriminatie voor vrouwen? Neem daartoe nogmaals stap 6 door.




5.3 Casussen


Producten bevatten cadmium

"Ik ben secretaresse en lid van de ondernemingsraad bij een groot bedrijf dat kunststof producten maakt. Er staat een rapport op de agenda met de volgende inhoud: een aantal van onze producten bevat cadmium. Dit is een stof die voor mooie heldere kleuren zorgt, maar wel uiterst giftig is. Wanneer onze producten in het afval terechtkomen, zijn ze een gevaar voor de volksgezondheid. De laatste maanden roert de milieubeweging zich: men eist van ons dat we niet langer cadmium verwerken in onze producten. Er is echter geen goed alternatief voor cadmium.

Bestaande alternatieven zijn allemaal duurder. Ze verhogen de kostprijs. Tot nu toe zijn er geen wettelijke regels die cadmium verbieden. Het gaat niet echt goed met ons bedrijf. Vorig jaar hebben we 100 miljoen verlies geleden. Dit jaar wordt er nog meer verlies verwacht. Als lid van de ondernemingsraad wordt van jou een standpunt verwacht dat goed onderbouwd is."

de Leeuw, Kannekens, Bedrijfsethiek voor HBO,Best, 1990



Wie van de drie?

Je werkt bij een groot computerbedrijf. Dat heeft een nieuw p.c.-systeem ontwikkeld ten behoeve van de veiligheidsdiensten van overheden. In het lopende boekjaar is één systeem al gereed gekomen. Vanuit verschillende landen is er interesse voor dit product. Het ene land wil echter meer betalen dan het andere land:
- als je aan Oostenrijk verkoopt kun je 2,5% nettowinst boeken;
- als je het aan de V.S. verkoopt kun je 5% nettowinst boeken;
- als je het aan land X verkoopt kun je 10% nettowinst boeken.

De eerste twee landen zijn democratisch. Ze houden zich aan de Rechten van de Mens. Land X is een dictatuur. De mensen worden er onderdrukt. Politieke tegenstanders worden vervolgd, gefolterd en vermoord. De directie heeft moeite met deze zaak. Voor haar zijn de mensenrechten ook belangrijk. Het bedrijf draait al twee jaar met verlies. De directie wil de werkgelegenheid van het personeel niet in gevaar brengen en heeft daarom dit probleem voorgelegd aan de ondernemingsraad. Jij bent daar lid van. Van jou wordt dus ook een standpunt gevraagd.

hoofdstuk 6 ethiek van de reclame


de Leeuw, Kannekens, Bedrijfsethiek voor HBO,Best, 1990



Bijlagen


HET BEDRIJF DOET GOEDE ZAKEN

ethisch ondernemen zit in de lift

John Vandaele in Wereldwijd, september 1999, p.12-19


Een bedrijf moet winst maken. Het is een uitspraak die even onaanvechtbaar lijkt als de zwaartekracht. Toch maakt een nieuw denken opgang. 'Ethisch ondernemen' is een poging om de puur economische logica te koppelen aan morele en maatschappelijke verantwoordelijkheden. Wij zochten voor u de achtergronden en de beperkingen op van deze jonge, economische mode.


Dat de kwestie actueel is, werd de voorbije maanden haast dagelijks bewezen. Indien vetverwerkers en veevoederproducenten iets meer wakker hadden gelegen van de belangen van dieren en mensen, dan zaten we nu niet met een niet eindigende reeks dioxineschandalen opgezadeld.

Indien het Amerikaanse bedrijf Monsanto niet zo bezeten was door de toekomstige bonanza van de genetisch gemanipuleerde voedselproducten, dan zou het meer voorzichtigheid betrachten bij de introductie ervan. Hoe weinig we weten over de potentiële gevolgen van deze planten, bleek in mei jongstleden toen een onderzoeker aan de Cornell-universiteit vaststelde dat haast de helft van de larven van de koningsvlinder binnen de achtenveertig uur sterven als ze gevoed worden met cichoreibladeren die besmet zijn met stuifmeel van de genetisch gemanipuleerde Bt maïs. Eenzelfde verhaal gaat op voor Coca Cola dat op één maand tijd driemaal negatief in het nieuws kwam: eerst door erg laattijdig te reageren toen mensen bij bosjes onwel werden van de frisdank, daarna omdat het bedrijf vervuild bronwater verkocht in Polen en even later toen bleek dat de multinational zijn klanten onder druk zet om de producten van de concurrentie te benadelen. Ook de Italiaanse kledijproducent Benetton bleek - ondanks de breed uitgesmeerde betrokkenheid bij het leed van de wereld - voor een prikje kinderen tewerk te stellen in Turkije. Van de grote sportschoenen- en speelgoedproducenten zoals Nike, Reebok, Adidas of Mattel, de maker van de Barbiepopjes, wisten we al een tijdje dat ze het onderste uit de kan halen bij hun rechteloze werknemers in Azië. Het zijn evenzoveel - negatieve - voorbeelden die aangeven dat het, soms letterlijk, van levensbelang kan zijn dat ondernemers verder kijken dan enkel winst op korte termijn.


'Ethisch ondernemen', de term gaat in de jaren negentig veel over de tong. Er circuleren natuurlijk nogal wat definities van het begrip, maar doorgaans bedoelt men ermee dat ondernemingen, uit eigen beweging, nog andere doelstellingen mee aan boord nemen dan winstmaximalisatie. Of nog: dat bedrijven niet enkel rekening houden met de belangen van hun aandeelhouders maar ook met de belangen van hun werknemers, het milieu, de toekomstige generaties, de buurtbewoners, de klanten, de leveranciers, de gemeenschap waarin ze functioneren ..., kortom met de zogenaamde 'stakeholders'. De meeste bedrijven doen dat al ten dele, al was het maar omdat talloze wetten hen dat opleggen. De term 'ethisch ondernemen' wordt daarom meestal gereserveerd voor bedrijven die meer doen dan het gemiddelde -bedrijven dus die innoverend zijn in hun ecologisch, sociaal of moreel beleid. Dat vindt ook Herwig Peeters van Ethibel, een organisatie die bedrijven ethisch screent en onder meer advies verleent over het opnemen van aandelen in ethische beleggingsfondsen. Een bedrijf verdient het label ethisch in de vergelijking met de wijze waarop andere bedrijven zich op dat moment gedragen. Op die manier krijgt het concept ethisch ondernemen iets relatiefs én iets dynamisch. Wat in de jaren zeventig vooruitstrevend milieubeleid heette, zou nu waarschijnlijk heel erg conservatief zijn. Peeters: 'De maatschappelijke eisen veranderen gestaag. Die evolutie stopt nooit. Daarom is een tweede criterium voor ons dat een ethisch bedrijf communiceert met zijn stakeholders, of wat wij de maatschappelijke aandeelhouders noemen. Her is dankzij zo'n dialoog dat een bedrijf mee kan evolueren met de maatschappelijke eisen.' En dus het etiket 'ethisch' kan blijven opeisen. De logica is evident. Vermits de maatschappij via haar inbreng (onderwijs, stabiliteit, infrastructuur, moraliteit) het ondernemen mogelijk maakt, is het niet meer dan normaal dat zo'n bedrijf ook luistert naar die 'maatschappelijke aandeelhouders'. De mate waarin het daar effectief tijd en energie in steekt, is dan de beste garantie op ethisch ondernemen. Als criterium is dat ietwat abstracter dan een bedrijfscode waarin kinderarbeid of milieuvervuiling worden afgezworen: het gaat meer om een basishouding waarbij je niet vanuit de eigen machtspositie je wil oplegt, maar rekening houdt met wat je omgeving wil. Ook dat is meetbaar. Een sociale audit wil precies een proces van reflectie over het eigen ethisch gedrag meten, evalueren en bijsturen.

Herwig Peeters stelt vast dat gewone financiële analisten meer en meer de ethische dimensie mee aan boord nemen: 'Ze ondervinden dat bedrijven die sociaal en ecologisch goed scoren op de lange termijn ook financieel de beste beleggingen zijn. Zo heeft men ook al vastgesteld dat jobkwaliteit een heel goede financiële indicator is: bedrijven die veel jobs creëren, meer bepaald inhoudelijk interessante jobs, doen het op termijn ook economisch goed.'


Klant is koning


Het klassieke argument is dat de goed geïnformeerde consument zelf het beste product kan kiezen en zo het bedrijf in de goede richting dwingen. Zeker als het om de kwaliteit of de prijs van de geleverde producten en diensten gaat, heeft de consument inderdaad invloed. Toch is het duidelijk dat de consument die kwaliteit soms niet of slechts te laat kan beoordelen. De dioxinestory is daarvan de perfecte illustratie: de verbruiker kan aan het besmette vlees niks zien of ruiken - hij zal er eventueel slechts jaren later kanker van krijgen - en hangt van de wetenschap af om te weten of het vlees in orde is of niet. Maar de markt faalt nog op een heel andere manier. De kwaliteit van een product kan prima zijn maar wel tot stand zijn gekomen via onrecht, uitbuiting of milieuvernietiging. Illegaal gekapt hout is daarom geen slecht hout. Kledij gemaakt door Chinese politieke gevangenen is daarom geen slechte kledij. De consument kan zich bij zijn koopgedrag door morele overwegingen laten beïnvloeden indien hij de nodige informatie heeft - in een resem marktonderzoeken verklaren tussen de tien en vijftig procent van de verbruikers dat ze best wel ethisch willen consumeren - en als hij geld genoeg heeft -want vaak zijn ethische producten duurder dan andere. Maar dikwijls is niet aan die voorwaarden voldaan: de informatie over de productiewijze stroomt niet door en een belangrijk deel van de verbruikers is niet geïnteresseerd in duurdere 'ethische' of 'schone' producten. Vanuit die wetenschap kunnen bedrijven een berekend risico nemen: ze kunnen hun Vietnamese werknemers slecht betalen. Kraait er geen haan naar, dan is het kassa kassa. Komen de onfrisse praktijken toch aan het licht en verliest het bedrijf daardoor een deel van de ethische consumenten, dan weegt dat verlies nog altijd niet op tegen de extra winst verkregen door de lagere lonen.



Bedrijven kunnen zich gedragen als slalomskiërs die de wetten in de verschillende landen van de wereld zien als poortjes die ze met zo weinig mogelijk inspanning moeten passeren en als het even kan er zelfs eentje over te slaan in de hoop dat de scheidsrechters (de regeringen, de consumenten) het niet eens zien. In zo'n geval is de ethische opstelling minimaal: een zo beperkt mogelijke toepassing van de wetten. Ethisch ondernemen veronderstelt echter dat een bedrijf er niet (alle) kantjes afrijdt en er integendeel eigen waarden op na houdt. Een heel concreet voorbeeld daarvan zou zijn dat een bedrijf in een land waar de regering zelf toegeeft dat het minimumloon feitelijk geen goed leven toelaat, spontaan of na overleg met zijn personeel, een hoger loon uitbetaalt dan het minimumloon.


Wij zijn van na de oorlog


De economie, het productie- en distributiesysteem van mensengemeenschappen, is in de loop van de geschiedenis bijna altijd doordrongen geweest van religie, metafysica en ethiek. Eeuwenlang offerden mensen aan de goden om een goede oogst af te smeken. Intrest heette woeker en was dus des duivels. Sommige indianenvolkeren ontpopten zich als ecologisten avant-la-lettre omdat hun wereldbeeld hen leerde dat ze respect moesten hebben voor de natuur die ze hadden gekregen. Het is pas met de opkomst van het kapitalisme dat de economie zich zou 'bevrijden' van heel wat morele en sociale belemmeringen. Karl Polanyi beschreef in zijn monumentale boek 'The great transformation' hoe in de negentiende eeuw het bizarre idee ontstond dat de vrije markt een zelfregulerend systeem is dat diende te worden bevrijd van alle mogelijke maatschappelijke belemmeringen. Alleen een beperkt aantal basiswetten - zoals het eigendomsrecht - zonder dewelke ook de markt niet kan functioneren, waren nodig. Dat betekende concreet dat de natuur en de menselijke arbeid in koopwaren werden omgezet. 'Het is duidelijk dat een dergelijk systeem de ontwrichting van de menselijke relaties veroorzaakt en zijn natuurlijke omgeving met vernieling moet bedreigen,' schreef Polanyi daarover nu bijna zestig jaar geleden. Polanyi werkte aan zijn boek tijdens de Tweede Wereldoorlog: voor hem was het duidelijk dat de monumentale crisis van de jaren dertig en de daaropvolgende oorlog het eindresultaat waren van deze zelfregulerende markt, van deze eerste poging in de geschiedenis van de mens om een economisch systeem los te koppelen van het maatschappelijke weefsel. Polanyi riep in zijn boek op de economie opnieuw ondergeschikt te maken aan de maatschappij. Dat is ook wat zou gebeuren na de Tweede Wereldoorlog. Arbeid en geld waren niet langer uitsluitend onderhevig aan het marktmechanisme: lonen en rentes werden tussen 1945 en 1975 door de regeringen bepaald in functie van het maatschappelijk welzijn. Er kwam een sociale wetgeving met minimumlonen, sociaal overleg, vakbondsmacht en een fiscaliteit die de bedrijven ertoe dwong een deel van hun winst ter beschikking te stellen van de gemeenschap. Na 1975 werd stap voor stap opnieuw de omgekeerde beweging ingezet: de markt werd opnieuw vrijer gemaakt. Sinds de jaren tachtig is, vooral in de rijke landen, echter ook een ecologische correctie op gang gebracht met een resem milieuwetten.


Die sociale en ecologische correctie heeft uiteraard alles met ethiek te maken en de onderneming die ervoor kiest die wetten loyaal na te leven, is zeker ethisch bezig. Maar de echte ethische ondernemer gaat verder. Zo is er het cosmeticabedrijf The Body Shop, dat strijdt tegen proeven met dieren en dat zich in sommige van zijn productievestigingen hogere milieu-eisen oplegt dan wettelijk vereist. Er is ijsjesproducent Ben&Jerry's die een deel van zijn winst besteedt aan goede doelen. Er zijn de wereldwinkels die enkel producten verkopen die aan bepaalde sociale en ecologische voorwaarden voldoen. Er zijn de biologische landbouwers. Wie de geplogenheden in de biosector een beetje kent, weet dat je niet in die sector stapt om rijk te worden. Integendeel. Nogal wat mensen werken er keihard voor erg weinig geld. Herwig Peeters geeft nog andere voorbeelden: 'Een snoepproducent die naar zero-energieverbruik streeft, een schoonmaakbedrijf dat laaggeschoolden opleidt en hen veel veranrwoordelijkheid geeft, een koekjesproducent die zijn werknemers heel veel inspraak geeft bij het opstellen van hun uurrooster.'


Waarom nu?


Ethisch ondernemen is nu in de mode en dat heeft alles te maken met het feit dat de staten een deel van hun impact op het economisch gebeuren hebben verloren of - onder invloed van de ideologische omwenteling van Reagan en Thatcher - zelf hebben afgebouwd. De evolutie die geforceerd werd in de jaren zeventig en een hoge vlucht kende in de jaren tachtig, is zelfversterkend: de staten die niet meestapten en te veel regels en te hoge taksen oplegden aan de grote bedrijven, werden bestraft met kapitaalvlucht of delokalisatie. De snel groeiende ongelijkheid en uitsluiting deden echter bij sommige ondernemers het besef ontstaan dat ondernemingen zelf meer verantwoordelijkheid zouden moeten opnemen: hetzij uit eerlijke overtuiging, hetzij om al te grote ontevredenheid en een daaruit voortvloeiende vraag naar nieuwe regels - maar dan op internationaal niveau - te voorkomen.


Een heel andere bron voor het succes van het ethische ondernemen is dat het imago voor wereldwijd opererende ondernemingen van onschatbare waarde is geworden. Dat imago wordt niet uitsluitend bepaald door de kwaliteit van de producten in enge zin maar ook door de associaties die het product oproept. Omdat het imago op verzadigde markten inderdaad een grote rol speelt bij het verwerven van marktaandelen, maken de bedrijven er steeds meer werk van via hun publiciteitscampagnes. De Franse filosoof Jean Baudrillard stelde dat producten een sociale of culturele symboolwaarde hebben, ze worden verbonden aan een bepaalde status, erkenning, stijl, ja zelfs levensbeschouwing. Het gevaar is reëel dat daarmee de bedrijven nu ook het meest edele terrein van de mens - zijn waarden - proberen te gebruiken bij het versjacheren van hun producten. Je kan het echter even goed anders stellen: dat de waarden, de ethiek, opnieuw de commercie doordringen. Als een imago zo belangrijk is, dan worden bedrijven immers ook veel gevoeliger voor consumentendruk. Dat verbreedt dan de basis voor 'ethisch consumeren'.


Als verbruikers rekening houden met sociale of ecologische aspecten bij hun koopgedrag, maakt dat bedrijven extragevoelig voor de ethische dimensie van hun optreden. Ethisch consumeren wordt dan de pendant van ethisch produceren. Voor een bedrijf als Shell wordt het dan slecht nieuws als zijn naam synoniem wordt van milieuvervuiling - het simpelweg dumpen van een booreiland in de zee - of van het vertrappelen van mensenrechten - de jarenlange samenwerking met de militaire regimes van Nigeria die onder andere Ken Saro Wiwa terechtstelden. Op zo'n moment moet Shell wakker schieten en verklaren dat het iedereen die met Shell te maken heeft wil consulteren en zich voortaan zal toeleggen op hernieuwbare energiebronnen. Bananenproducent Chiquita vindt het erg als er vlekken komen op zijn blauwwitte meisjesimago. Dat blijkt uit de advertenties waarin het bedrijf meldt wel degelijk bezig te zijn met welzijn van het personeel op zijn plantages. Chiquita zoekt ook contact en overleg met ngo's zoals de Wereldwinkels die zijn praktijken in Midden-Amerika aan de kaak stellen.


Tenslotte is er ook de persoonlijke factor. Carlos Boidin van het reclamebedrijfje Imagine verwoordt dat als volgt: 'Toen we in 1991 begonnen met maatschappelijk verantwoord ondernemen, was dat omdat we de scheiding tussen ons privéleven en ons leven in het bedrijf niet langer verdroegen. We wilden in ons beroepsleven dezelfde waarden vorm geven als daarbuiten. Eerst deden we dat door een dag van de week gratis te werken voor non-profitorganisaties. Nu proberen we dat in onze eigenlijke kernactiviteiten vorm te geven.'


Een schoon voorbeeld



De economie kent vandaag geen grenzen meer. Ethisch ondernemen moet daarom ook door de bril van de Noord-Zuid verhouding bekeken worden. Wetgeving en consumentendruk, de twee factoren die in veel gevallen ondernemingen tot moreel handelen stimuleren, zijn in de internationale context een stuk zwakker. Bijgevolg is er meer ruimte voor ethisch initiatief van ondernemingen op allerlei terreinen: arbeidsomstandigheden in brede zin, mensenrechten, milieu, respect voor culturele eigenheid, respect voor de belangen van zwakkere staten in het kader van onderhandelingen over wereldhandel.


De Schone Kleren Campagne - een Europese ngo-actie die de arbeidsomstandigheden in de kledingproductie in de lageloonlanden wil registreren en verbeteren - ondervond dat het niet altijd makkelijk is zicht te krijgen op vragen als 'Hoeveel verdienen de vaak heel jonge mensen die onze kleren maken? In welke omstandigheden werken ze?' De grote merken hebben immers nog maar weinig eigen fabrieken en besteden de productie uit aan onderaannemers. Die ondoorzichtigheid heeft niet belet dat de Schone Kleren Campagne de grote merken bij herhaling in verlegenheid heeft gebracht: de kleren bleken niet altijd zo schoon als ze eruit zien, ze worden gemaakt door kinderen, er worden erg lage lonen betaald, vakbondswerking wordt niet toegestaan. Om hun goede wil te tonen, stelden de bedrijven gedragscodes op, een geheel van regels waaraan ze zeggen zich te zullen houden. De campagne moest echter vaststellen dat die codes vaak niet gekend zijn door de werknemers zelf en gebrekkig worden nageleefd. De Schone Kleren Campagne streeft daarom een keurmerk na dat enkel die winkels krijgen die onafhankelijke controle op de naleving van een zevental sociale basisnormen - recht op vereniging, een leefbaar loon, geen kinderarbeid, ...- toelaten. Om tal van redenen is dat keurmerk nog altijd niet echt van de grond gekomen. Wel zijn er meer en meer kledingbedrijven die zeggen de SA 8000-norm te willen realiseren. Deze Social Accountability 8000-norm omvat procedures die mistoestanden bij leveranciers moeten voorkomen. De norm werd ontwikkeld door het Britse 'Council on Economic Priorities', in overleg met onder meer een Zwitsers auditbedrijf dat al jarenlang de gekende ISO-kwaliteitsnormen controleert en certifieert. Frieda Deconinck van Wereldsolidariteit: 'Positief aan de SA 8000-norm is dat hij gebaseerd is op de behoorlijk strenge basisnormen van de Internationale Arbeidsorganisatie. Alleen vinden we dat er weinig dynamiek in zit omdat vakbonden en ngo's niet in de procedure betrokken worden. Terwijl wij juist vinden dat de betrokkenheid van deze 'stakeholders' de beste garantie is voor een goed resultaat en een voortdurend proces. Dat laatste willen de bedrijven juist vermijden: het mag wel iets kosten maar het moet wet snel gaan.' Herwig Peeters van Ethibel relativeert die kritiek enigszins: 'De auditeurs zijn wel degelijk verplicht ngo's te raadplegen. Nee, ik denk dat de SA 8000-norm heel serieus is. De bedrijven stellen nu al vast dat ze mijlenver verwijderd zijn van die norm en dat het hen tien tot vijftien jaar zal kosten om dat certificaat te verwerven.' Frieda Deconinck: 'In de kledingsector zijn de winstmarges relatief klein: bedrijven kunnen het zich niet permitteren de ethische consumenten - ook al zijn die beperkt in aantal - te verliezen. Sommige bedrijven beslissen voorop te gaan lopen in iets dat toch een trend zal worden. Anderen daarentegen proberen nog altijd hun verantwoordelijkheid af te wentelen door de afstand tussen henzelf en de producent te vergroten. Dat gaat echter niet op, vind ik. Een bedrijf als Benetton dat zijn directe toeleveraars zulke scherpe prijzen en tijdschema's oplegt dat die verplicht zijn nog eens uit te besteden aan nog kleinere bedrijven of gezinnen, blijft in feite toch verantwoordelijk voor de mistoestanden die zo ontstaan.' Soms wordt naar mensenrechten verwezen als een terrein bij uitstek waarop bedrijven zich ethisch kunnen profileren. Bedrijven worden op verschillende manieren met de mensenrechten geconfronteerd. Direct, wanneer het bijvoorbeeld gaat om de vrijheid van vereniging in hun eigen onderneming. Indirect, wanneer het gaat om de situatie bij hun onderaannemers of wanneer het gaat om de houding van een bedrijf tegenover een staat die zijn burgers zwaar onderdrukt. Hoe moet een onderneming zich opstellen tegenover een regime als dat van Birma, China of Colombia? Stilzwijgend doorwerken in de hoop dat een goed draaiende onderneming de mensen tenminste wat materieel voordeel oplevert of toch de macht benutten die ondernemingen blijken te hebben? Het is duidelijk dat de bedrijfswereld hier vaak twee maten en twee gewichten hanteert. Als het gaat om de reuzenmarkt China, zwijgt men liever over mensenrechten; voor Cuba daarentegen is men een stuk strenger. Evidente mensenrechtenstrijders zijn de bedrijven alvast niet. Dat bleek oniangs nog in de Verenigde Staten. De regeringen van de deelstaten Maryland en Massachusetts wilden selectieve aankoopwetten instellen en meer bepaald niet langer goederen kopen van bedrijven die zaken doen met respectievelijk Nigeria en Birma, twee staten met een vreselijk mensenrechtenrapport. Honderden bedrijven hebben zich verenigd om klacht in te dienen tegen deze wetten en lijken gelijk te halen bij de rechters. Dus: in plaats van zichzelf te ontpoppen als verdedigers van de mensenrechten, rijden deze bedrijven burgerbewegingen en lokale regeringen, die iets willen doen tegen mensenrechtenmisbruiken, in de wielen.


Ondernemingen komen nog altijd in de eerste plaats op voor hun eigen belangen. Dat doen natuurlijk de meeste mensen en organisaties, maar multinationals zijn heel machtige actoren die maar aan heel weinig mensen verantwoording moeten afleggen. Het verschil tussen Zambia en Goldman Sachs is dat Zambia een Afrikaans land is dat een inkomen van 2,2 miljard BEF per jaar onder 25 miljoen burgers moet verdelen, terwijl Goldman Sachs een investeringsbank is die 2,6 miljard dollar onder 161 mensen moet verdelen. Bovendien zijn grote bedrijven actoren zonder gevoel. De boeddhistische meester David Loy zegt het zo: 'Een bedrijf kan niet lachen of wenen, het kan niet van de wereld genieten of eronder lijden, en vooral: het kan niet liefhebben.' Toch zijn het rechtspersonen die zich, net als wij allen, in het maatschappelijke leven bewegen. Juist het feit dat hun lichaam een juridische constructie is, dat ze niet 'geaard' zijn, maakt hen zo gevaarlijk, vindt Loy. Sommigen vinden dan ook dat het geen zin heeft ondernemingen te demoniseren omdat ze groei, macht en rijkdom nastreven. Zo schrijft Kalle Lasn van de Canadese anti-consumptiegroep Adbusters: 'Bedrijven voeren enkel genetische bevelen uit, zij doen waarvoor ze geprogrammeerd werden door de mens. Ondernemingen proberen te veranderen, is daarom gekkenwerk. Het is wel zinvol hen te herprogrammeren, hun juridische structuur te veranderen.' Concreet zou dat bijvoorbeeld betekenen dat aandeelhouders gedeeltelijk aansprakelijk worden voor de schade en de misdrijven die bedrijven aanrichten. Op die manier zouden bedrijven opnieuw geaard worden, zouden straffen opnieuw wezens met gevoel treffen. Verder zou op bepaalde ernstige misdrijven onverbiddelijk een soort 'bedrijfsdoodstraf' moeten staan: het opheffen van het charter van de onderneming. Zonder duidelijke sancties dreigen alle beschouwingen over ethiek immers louter fraaie ideeën voor bedrijfsbrochures te blijven. Als individuen er al niet in slagen om zonder wettelijke kaders eerlijk en sociaal te zijn, waarom zouden grote economische structuren daartoe dan wel in staat zijn?





Bedrijfscodes


Wij, de Bekaert Groep,


1
Wij geloven dat het tevreden stellen van onze klanten de kern moet zijn van onze zakenfilosofie.


2
Wij geloven dat, door kwaliteit en efficiëntie, wij de meest succesvolle ondernemers moeten zijn in alle industriële activiteiten die wij wereldwijd wensen te ontplooien.


3
Wij geloven dat mensen het belangrijkst zijn. Daarom plaatsen wij de mens centraal in ons waardesysteem.
Wij geloven in zijn vaste wil om zijn verantwoordelijkheid op te nemen, om zijn opdrachten uit te voeren, en om met iedereen in de onderneming eerlijk samen te werken, tot het bereiken van onze doelstellingen.
Zijn waardigheid en rechten in onze organisatie worden hierbij erkend en ge-eerbiedigd.


4
Wij geloven dat onze doelstellingen het best te bereiken zijn in een stelsel van vrije markteconomie.


5
Wij geloven dat, om aan de uitdagingen van een snel evoluerende wereld te kunnen beantwoorden, wij bereid moeten zijn alles in en rondom ons voortdurend in vraag te stellen.


6
Wij geloven dat het onze plicht is, als onderneming, onze volle maatschappelijke verantwoordelijkheid op te nemen, overal waar wij activiteiten ontplooien.



Het is ons doel:


1
De noodzakelijke winst te maken en te behouden om de toekomst van onze onderneming te kunnen vrijwaren, om een verantwoorde vergoeding te kunnen bezorgen aan onze aandeelhouders, en een faire en competetieve remuneratie aan onze personeelsleden.


2
Op internationaal niveau een plaats te verwerven als een evenwichtig uitgebouwde industriële groep.


3
Leider te worden en te blijven door:
- kwaliteitsproducten te vervaardigen en te verkopen in geselecteerde internationale marktsegmenten;
- de meest doelmatige dienstverlening aan onze klanten te verschaffen;
- onze producten en diensten voortdurend te verbeteren;
- het niveau van onze technologie te verhogen;
- nieuwe activiteitsdomeienen te ontwikkelen.


4
De motivering, de persoonlijke groei en de ontwikkeling van al onze mensen te bevorderen in een klimaat van gelijke kansen.



Benetton wist niet van kinderarbeid


BRUSSEL - De Italiaanse kledingfabrikant Benetton zegt geen weet te hebben van het feit dat kinderen van 9 tot 13 jaar in Istanbul kleren voor dit huis maken.

Die kinderarbeid was aan de kaak gesteld door een Turkse vakbond en bevestigd door de krant Corriere della Sera. Dervis Kaplar, de leider van een Turkse textielvakbond had gezegd dat kinderen in het bedrijf Bermuda in Istanbul kleren maken voor een maandloon van 2.800 frank. De vakbond was in dat bedrijf geïnfiltreerd om de naleving van de arbeidswetten na te gaan.

Een journalist van de Corriere Economia, de economische bijlage van de Corriere della Sera, slaagde erin zeer jonge arbeiders die Benetton-kleren maken, te spreken en te fotograferen. In de gisteren verschenen bijlage staan talrijke foto's van kinderen die bevestigen dat ze 140 frank per dag verdienen.

"We weten daar niets van", zei Benetton. Het Italiaanse huis zegt dat de Turkse partner verzekerde dat het de regels naleeft en geen kinderen tewerkstelt. Benetton liet ter staving het contract met die partner zien.

De beschuldiging komt hard aan voor Benetton dat veel belang hecht aan een progressief imago. Het bedrijf liet weten dat het de beschuldigingen zal natrekken en zal optreden indien ze waar zijn. (FDP)

De Standaard 13 oktober 1998


Kinderen maken Benettonkleren


Aan de rand van Istanbul, om 8 uur 's morgens. De ogen van Ozcan Babat, 12 jaar, zitten nog vol slaap maar zijn drie oudere broers trekken hem mee naar de ingang van de fabriek Bermuda, een lelijk gebouw met drie verdiepingen, waar tussen de 250 en 350 personen werken. Ze maken kleren voor Benetton. De Italiaanse journalist Ricardo Orizio praatte met enkele van die kindarbeiders en VISIE praat met Ricardo.


Wat vertellen die kinderen?


Ricardo Orizio: Ozcan, 12 jaar en één van de kinderen met wie ik praatte aan de ingang van de fabriek vertelde me: "Sinds een jaar kom ik hier werken met mijn broers. Zij zijn legaal aangeworven, ik werk in het zwart. Ze betalen me per maand 22 miljoen Turkse lire (2670 frank!). Geen enkele vorm van sociale zekerheid, geen sociale bijdragen. Ze betalen mij contant, één keer per week, een kwart van het totaal. Ik ben tevreden. Ik klaag niet. Wat ik doe? Ik naai lange broeken. Van welk merk? Benetton uiteraard. We maken allemaal kleding voor Benetton". Mijn vragen deden argwaan rijzen bij de broers van Ozcan. Op het eind restte er enkel tijd voor een paar foto's.


Wat heeft je vooral getroffen?


Ricardo Orizio: De laatste maanden heeft Benetton twee grootse publiciteitscampagnes gevoerd op wereldniveau: bij de ene staan kinderen met een handicap centraal, de andere verwijst naar de 50ste verjaardag van de Verklaring van de Mensenrechten van de Verenigde Naties en de Rechten van het Kind. Deze concepten staan mijlenver af van de dagelijkse realiteit van een kind als Mehmet Kocac, 11 jaar. Ook hij werkt bij Bermuda sinds een jaar. Mehmet is een radertje in die lange keten die van onderaannemer naar onderaannemer, kleding voorziet die verkocht wordt tegen een veel hogere prijs dan hun loon. In de winkel 012 van Benetton, gespecialiseerd in kinderkleding, in het centrum van hetzelfde Istanbul waar Mehmet werkt, kost een wintertrui voor kinderen 38 miljoen Turkse lire. Om die te kopen, moeten Mehmet en de andere 25 tot 30 kinderen onder de 14 jaar die bij Bermuda werken, anderhalve maand werken.


Hoe ben je binnengeraakt in die fabriek?


Ricardo Orizio: Eerst ter verduidelijking, de Bermudafabriek is een dochterbedrijf van de Groep Bogazici. En Bogazici is de Turkse zakenpartner van Benetton. Toen we dus aan de ingang van Bermuda kwamen en vroegen aan een jongetje of hij voor Bermuda werkte, kwam er uit het gebouw een portier die dreigde: "Weg hier! We hebben bevel gekregen om niemand dichterbij te laten komen". En de administratieverantwoordelijke, die ons journalisten voor zakenmensen hield, waarschuwde: "We hebben een overeenkomst afgesloten met Bogazici die de toegang verbiedt aan iedereen die geen toestemming heeft. Het is om de privacy van de Italiaanse onderneming te beschermen."


Om binnen te geraken, hebben ikzelf en de Turkse journalist Ali Isingor, 24 jaar, en auteur van onderzoek over de Turkse maffia, ons uiteindeliik moeten uitgeven voor een Italiaanse onderneming uit de kledingsector samen met zijn Turkse tolk. Ali Isingor heeft de foto's gemaakt van de kinderen in de fabriek. Aan de eigenaar van de fabriek Bermuda, Ilyas Aruzade, hebben we verteld dat we documentatie zochten over het machinepark van zijn bedrijf om een zogenaamde Modevereniging te kunnen overtuigen hun productie over te plaatsen naar Turkije naar zijn bedrijf. Veel van de kinderen die geinterviewd en gefotografeerd werden aan de ingang van de fabriek, aan het begin of het einde van hun shift, hebben we teruggezien aan de band. Glimlachend in hun blauwe plunje die ze er ouder deed uitzien.


Wat zegt Benetton hierover?


Ricardo Orizio: Als antwoord liet Benetton een document zien waarin de zaakvoerder van Bogazici beweert dat hun vestigingen in regel zijn met de Turkse wetgeving.


Frieda De Koninck in Visie 16 oktober 1998


Scheepvaartpolitie

Deze reportage brengt in een richting Internationaal Transport en Goederenverkeer meteen een probleem ter sprake waar de leerlingen via hun stage rechtstreeks geconfronteerd worden: Vluchtelingen en illegalen.

Spots op Canvas 13-11-2000


In de reportage komen 2 spanningsvelden voor waar de scheepvaartpolitie mee te maken krijgt op het moment van opname.

Een eerste spanningsveld heeft te maken met een herstructureren van de politionele macht in ons land. Sinds 1 april (1999 of 2000?) is de vroegere Zeevaartpolitie ondergebracht bij de Rijkswacht en heet nu Scheepvaartpolitie. De agenten dragen het uniform van de Rijkswacht en krijgen nu te maken met een militaire hiërarchie. Zij dragen nu ook een wapen, iets wat ze vroeger niet deden, en wat door sommigen nog steeds overbodig geacht wordt. Er heerst bij de Rijkswacht een andere "bedrijfscultuur" die door een aantal agenten als veel afstandelijker wordt omschreven. De prestatiedruk is verhoogd en men wordt ook beoordeeld naar het aantal PV's dat men kan opstellen. Dat is soms een moeilijke situatie voor agenten die een hele dag op zee doorbrengen en niets te rapporteren hebben.

Een tweede spanningsveld betreft de problematiek van de illegalen. Als onderdeel van een uitvoerende macht voelen zij zich soms geklemd tussen een gebrekkige wetgeving en de interpretatie daarvan door de verre Dienst Vreemdelingenzaken in Brussel enerzijds en de soms schrijnende realiteit van haveloze vluchtelingen die zij oppakken anderzijds.

"Bij momenten zijt ge op uw ziel getrapt", getuigt een agent. "Het zijn sukkelaars, die illegalen", zegt een andere. De politie beseft heel goed dat ze met mensen te doen heeft die op de vlucht zijn, die alles hebben achtergelaten om elders (en dat is doorgaans niet in ons land) een nieuw bestaan op te bouwen waarvan zij hopen dat het beter zal zijn als wat ze in hun land van herkomst hebben meegemaakt.

De situatie is soms absurd. Voor onderschepte illegalen die geen dossier op de Dienst Vreemdelingenzaken hebben, is de eindhalte … het gesloten station van Oostende. Daar worden ze de (koude) nacht ingestuurd. De kans is groot dat ze enkele dagen later (soms reeds een paar uur later) opnieuw worden opgepakt door de Scheepvaartpolitie, waar de hele bureaucratische rompslomp weer moet worden doorlopen van a tot z.

Doorgaans krijgt de politie alleen maar te maken met de slachtoffers van mensensmokkel. De smokkelaars worden eerder uitzonderlijk en toevallig opgepakt. Die verschijnen wel snel voor de onderzoeksrechter.

De taalbarrière bemoeilijkt vaak het vlot afhandelen van de procedure.

Al even schrijnend is het gebrek aan opvangmogelijkheden voor minderjarigen. Die moeten soms ondergebracht worden in de politiecellen van Oostende.

Dit zijn de spanningen, moeilijkheden en frustraties zoals ze door de Scheepvaartpolitie worden beleefd.


In de reportage wordt geen achtergrond gegeven van het vluchtelingenprobleem. Er wordt niet geluisterd naar de motieven van de mensen die zijn opgepakt. We komen niets te weten over de moeilijkheden, de vernederingen, de ontberingen die deze mensen reeds hebben doorstaan.


Vul deze samenvatting aan met je eigen notities.

Wat kan je zelf nog aanbrengen over de problematiek van illegalen?























++++++++++++++++++++++++++++++++++++++



Voor een vertaling van 'GNU Free Documentation License', klik hier.





+++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++



GNU Free Documentation License



Version 1.1, March 2000



Copyright (C) 2000 Free Software Foundation, Inc.

59 Temple Place, Suite 330, Boston, MA 02111-1307 USA

Everyone is permitted to copy and distribute verbatim copies

of this license document, but changing it is not allowed.



0. PREAMBLE



The purpose of this License is to make a manual, textbook, or other written document "free" in the sense of freedom: to assure everyone

the effective freedom to copy and redistribute it, with or without modifying it, either commercially or noncommercially. Secondarily, this

License preserves for the author and publisher a way to get credit for their work, while not being considered responsible for modifications

made by others.



This License is a kind of "copyleft", which means that derivative works of the document must themselves be free in the same sense. It

complements the GNU General Public License, which is a copyleft license designed for free software.



We have designed this License in order to use it for manuals for free software, because free software needs free documentation: a free

program should come with manuals providing the same freedoms that the software does. But this License is not limited to software

manuals; it can be used for any textual work, regardless of subject matter or whether it is published as a printed book. We recommend this

License principally for works whose purpose is instruction or reference.



1. APPLICABILITY AND DEFINITIONS



This License applies to any manual or other work that contains a notice placed by the copyright holder saying it can be distributed under the

terms of this License. The "Document", below, refers to any such manual or work. Any member of the public is a licensee, and is addressed

as "you".



A "Modified Version" of the Document means any work containing the Document or a portion of it, either copied verbatim, or with

modifications and/or translated into another language.



A "Secondary Section" is a named appendix or a front-matter section of the Document that deals exclusively with the relationship of the

publishers or authors of the Document to the Document's overall subject (or to related matters) and contains nothing that could fall directly

within that overall subject. (For example, if the Document is in part a textbook of mathematics, a Secondary Section may not explain any

mathematics.) The relationship could be a matter of historical connection with the subject or with related matters, or of legal, commercial,

philosophical, ethical or political position regarding them.



The "Invariant Sections" are certain Secondary Sections whose titles are designated, as being those of Invariant Sections, in the notice that

says that the Document is released under this License.



The "Cover Texts" are certain short passages of text that are listed, as Front-Cover Texts or Back-Cover Texts, in the notice that says that

the Document is released under this License.



A "Transparent" copy of the Document means a machine-readable copy, represented in a format whose specification is available to the

general public, whose contents can be viewed and edited directly and straightforwardly with generic text editors or (for images composed of

pixels) generic paint programs or (for drawings) some widely available drawing editor, and that is suitable for input to text formatters or for

automatic translation to a variety of formats suitable for input to text formatters. A copy made in an otherwise Transparent file format

whose markup has been designed to thwart or discourage subsequent modification by readers is not Transparent. A copy that is not

"Transparent" is called "Opaque".



Examples of suitable formats for Transparent copies include plain ASCII without markup, Texinfo input format, LaTeX input format, SGML

or XML using a publicly available DTD, and standard-conforming simple HTML designed for human modification. Opaque formats include

PostScript, PDF, proprietary formats that can be read and edited only by proprietary word processors, SGML or XML for which the DTD

and/or processing tools are not generally available, and the machine-generated HTML produced by some word processors for output

purposes only.



The "Title Page" means, for a printed book, the title page itself, plus such following pages as are needed to hold, legibly, the material this

License requires to appear in the title page. For works in formats which do not have any title page as such, "Title Page" means the text near

the most prominent appearance of the work's title, preceding the beginning of the body of the text.



2. VERBATIM COPYING



You may copy and distribute the Document in any medium, either commercially or noncommercially, provided that this License, the

copyright notices, and the license notice saying this License applies to the Document are reproduced in all copies, and that you add no other

conditions whatsoever to those of this License. You may not use technical measures to obstruct or control the reading or further copying of

the copies you make or distribute. However, you may accept compensation in exchange for copies. If you distribute a large enough number

of copies you must also follow the conditions in section 3.



You may also lend copies, under the same conditions stated above, and you may publicly display copies.



3. COPYING IN QUANTITY



If you publish printed copies of the Document numbering more than 100, and the Document's license notice requires Cover Texts, you

must enclose the copies in covers that carry, clearly and legibly, all these Cover Texts: Front-Cover Texts on the front cover, and

Back-Cover Texts on the back cover. Both covers must also clearly and legibly identify you as the publisher of these copies. The front cover

must present the full title with all words of the title equally prominent and visible. You may add other material on the covers in addition.

Copying with changes limited to the covers, as long as they preserve the title of the Document and satisfy these conditions, can be treated

as verbatim copying in other respects.



If the required texts for either cover are too voluminous to fit legibly, you should put the first ones listed (as many as fit reasonably) on the

actual cover, and continue the rest onto adjacent pages.



If you publish or distribute Opaque copies of the Document numbering more than 100, you must either include a machine-readable

Transparent copy along with each Opaque copy, or state in or with each Opaque copy a publicly-accessible computer-network location

containing a complete Transparent copy of the Document, free of added material, which the general network-using public has access to

download anonymously at no charge using public-standard network protocols. If you use the latter option, you must take reasonably

prudent steps, when you begin distribution of Opaque copies in quantity, to ensure that this Transparent copy will remain thus accessible at

the stated location until at least one year after the last time you distribute an Opaque copy (directly or through your agents or retailers) of

that edition to the public.



It is requested, but not required, that you contact the authors of the Document well before redistributing any large number of copies, to

give them a chance to provide you with an updated version of the Document.



4. MODIFICATIONS



You may copy and distribute a Modified Version of the Document under the conditions of sections 2 and 3 above, provided that you release

the Modified Version under precisely this License, with the Modified Version filling the role of the Document, thus licensing distribution and

modification of the Modified Version to whoever possesses a copy of it. In addition, you must do these things in the Modified Version:



A. Use in the Title Page (and on the covers, if any) a title distinct from that of the Document, and from those of previous versions

(which should, if there were any, be listed in the History section of the Document). You may use the same title as a previous version if

the original publisher of that version gives permission.

B. List on the Title Page, as authors, one or more persons or entities responsible for authorship of the modifications in the Modified

Version, together with at least five of the principal authors of the Document (all of its principal authors, if it has less than five).

C. State on the Title page the name of the publisher of the Modified Version, as the publisher.

D. Preserve all the copyright notices of the Document.

E. Add an appropriate copyright notice for your modifications adjacent to the other copyright notices.

F. Include, immediately after the copyright notices, a license notice giving the public permission to use the Modified Version under the

terms of this License, in the form shown in the Addendum below.

G. Preserve in that license notice the full lists of Invariant Sections and required Cover Texts given in the Document's license notice.

H. Include an unaltered copy of this License.

I. Preserve the section entitled "History", and its title, and add to it an item stating at least the title, year, new authors, and publisher

of the Modified Version as given on the Title Page. If there is no section entitled "History" in the Document, create one stating the title,

year, authors, and publisher of the Document as given on its Title Page, then add an item describing the Modified Version as stated in

the previous sentence.

J. Preserve the network location, if any, given in the Document for public access to a Transparent copy of the Document, and likewise

the network locations given in the Document for previous versions it was based on. These may be placed in the "History" section. You

may omit a network location for a work that was published at least four years before the Document itself, or if the original publisher

of the version it refers to gives permission.

K. In any section entitled "Acknowledgements" or "Dedications", preserve the section's title, and preserve in the section all the

substance and tone of each of the contributor acknowledgements and/or dedications given therein.

L. Preserve all the Invariant Sections of the Document, unaltered in their text and in their titles. Section numbers or the equivalent are

not considered part of the section titles.

M. Delete any section entitled "Endorsements". Such a section may not be included in the Modified Version.

N. Do not retitle any existing section as "Endorsements" or to conflict in title with any Invariant Section.



If the Modified Version includes new front-matter sections or appendices that qualify as Secondary Sections and contain no material copied

from the Document, you may at your option designate some or all of these sections as invariant. To do this, add their titles to the list of

Invariant Sections in the Modified Version's license notice. These titles must be distinct from any other section titles.



You may add a section entitled "Endorsements", provided it contains nothing but endorsements of your Modified Version by various

parties--for example, statements of peer review or that the text has been approved by an organization as the authoritative definition of a

standard.



You may add a passage of up to five words as a Front-Cover Text, and a passage of up to 25 words as a Back-Cover Text, to the end of the

list of Cover Texts in the Modified Version. Only one passage of Front-Cover Text and one of Back-Cover Text may be added by (or through

arrangements made by) any one entity. If the Document already includes a cover text for the same cover, previously added by you or by

arrangement made by the same entity you are acting on behalf of, you may not add another; but you may replace the old one, on explicit

permission from the previous publisher that added the old one.



The author(s) and publisher(s) of the Document do not by this License give permission to use their names for publicity for or to assert or

imply endorsement of any Modified Version.



5. COMBINING DOCUMENTS



You may combine the Document with other documents released under this License, under the terms defined in section 4 above for modified

versions, provided that you include in the combination all of the Invariant Sections of all of the original documents, unmodified, and list

them all as Invariant Sections of your combined work in its license notice.



The combined work need only contain one copy of this License, and multiple identical Invariant Sections may be replaced with a single

copy. If there are multiple Invariant Sections with the same name but different contents, make the title of each such section unique by

adding at the end of it, in parentheses, the name of the original author or publisher of that section if known, or else a unique number. Make

the same adjustment to the section titles in the list of Invariant Sections in the license notice of the combined work.



In the combination, you must combine any sections entitled "History" in the various original documents, forming one section entitled

"History"; likewise combine any sections entitled "Acknowledgements", and any sections entitled "Dedications". You must delete all sections

entitled "Endorsements."



6. COLLECTIONS OF DOCUMENTS



You may make a collection consisting of the Document and other documents released under this License, and replace the individual copies

of this License in the various documents with a single copy that is included in the collection, provided that you follow the rules of this

License for verbatim copying of each of the documents in all other respects.



You may extract a single document from such a collection, and distribute it individually under this License, provided you insert a copy of

this License into the extracted document, and follow this License in all other respects regarding verbatim copying of that document.



7. AGGREGATION WITH INDEPENDENT WORKS



A compilation of the Document or its derivatives with other separate and independent documents or works, in or on a volume of a storage

or distribution medium, does not as a whole count as a Modified Version of the Document, provided no compilation copyright is claimed for

the compilation. Such a compilation is called an "aggregate", and this License does not apply to the other self-contained works thus

compiled with the Document, on account of their being thus compiled, if they are not themselves derivative works of the Document.



If the Cover Text requirement of section 3 is applicable to these copies of the Document, then if the Document is less than one quarter of

the entire aggregate, the Document's Cover Texts may be placed on covers that surround only the Document within the aggregate.

Otherwise they must appear on covers around the whole aggregate.



8. TRANSLATION



Translation is considered a kind of modification, so you may distribute translations of the Document under the terms of section 4. Replacing

Invariant Sections with translations requires special permission from their copyright holders, but you may include translations of some or all

Invariant Sections in addition to the original versions of these Invariant Sections. You may include a translation of this License provided that

you also include the original English version of this License. In case of a disagreement between the translation and the original English

version of this License, the original English version will prevail.



9. TERMINATION



You may not copy, modify, sublicense, or distribute the Document except as expressly provided for under this License. Any other attempt

to copy, modify, sublicense or distribute the Document is void, and will automatically terminate your rights under this License. However,

parties who have received copies, or rights, from you under this License will not have their licenses terminated so long as such parties

remain in full compliance.



10. FUTURE REVISIONS OF THIS LICENSE



The Free Software Foundation may publish new, revised versions of the GNU Free Documentation License from time to time. Such new

versions will be similar in spirit to the present version, but may differ in detail to address new problems or concerns. See

http://www.gnu.org/copyleft/.



Each version of the License is given a distinguishing version number. If the Document specifies that a particular numbered version of this

License "or any later version" applies to it, you have the option of following the terms and conditions either of that specified version or of

any later version that has been published (not as a draft) by the Free Software Foundation. If the Document does not specify a version

number of this License, you may choose any version ever published (not as a draft) by the Free Software Foundation.



How to use this License for your documents



To use this License in a document you have written, include a copy of the License in the document and put the following copyright and

license notices just after the title page:



Copyright (c) YEAR YOUR NAME.

Permission is granted to copy, distribute and/or modify this document

under the terms of the GNU Free Documentation License, Version 1.1

or any later version published by the Free Software Foundation;

with the Invariant Sections being LIST THEIR TITLES, with the

Front-Cover Texts being LIST, and with the Back-Cover Texts being LIST.

A copy of the license is included in the section entitled "GNU

Free Documentation License".



If you have no Invariant Sections, write "with no Invariant Sections" instead of saying which ones are invariant. If you have no Front-Cover

Texts, write "no Front-Cover Texts" instead of "Front-Cover Texts being LIST"; likewise for Back-Cover Texts.



If your document contains nontrivial examples of program code, we recommend releasing these examples in parallel under your choice of

free software license, such as the GNU General Public License, to permit their use in free software.